Downloads

Scripties
Tip! Staat het document dat je zoekt er niet bij, plaats dan een oproep in het forum.
Rangschik op : Naam | Datum | Hits [ Oplopend ]
Vliegangstklachten bij Beroepspiloten

Vliegangstklachten bij Beroepspiloten

Aanmaakdatum: 31/08/2009

Uit literatuuronderzoek is gebleken dat vlieggerelateerde angstklachten voor kunnen komen bij beroepspiloten. Bij 78 Nederlandse beroepspiloten werden vragenlijsten afgenomen om hun mate van spanning vóór en tijdens de vlucht te bepalen en om hun persoonlijkheidseigenschappen, prestatiemotivatie en faalangst te meten en werd gevraagd naar leeftijd, geslacht, vliegervaring, vliegstatus, fysieke conditie, comorbide klachten en vlieggerelateerde traumata. Met een multivariate variantie-analyse werd gevonden dat piloten met vlieggerelateerde angstklachten significant hoger scoren op negatieve faalangst en lager op positieve faalangst en stabiliteit. Uit een covariantieanalyse bleek dat vooral bij angstige vliegers er een positieve correlatie is tussen negatieve faalangst en prestatiemotivatie. Met een chi-kwadraat toets werd een significante samenhang gevonden tussen comorbide psychische klachten en vlieggerelateerde angstklachten bij beroepspiloten.

Details
 
Onderliggende psychologische processen van de

Onderliggende psychologische processen van de

Aanmaakdatum: 20/02/2009

De Foot-in-the-door (FITD) techniek vergroot instemming met een groot verzoek door eerst een kleiner verzoek te doen waar nauwelijks nee op gezegd kan worden.
Zelf perceptie theorie en de behoefte aan consistentie bieden een theoretisch kader waarmee de effectiviteit van de FITD verklaard kan worden. Als mensen het eerste verzoek ingewilligd hebben, gaat men zichzelf als een hulpvaardig persoon zien en om dit beeld in stand te houden geeft men ook gehoor aan het tweede verzoek. De behoefte aan consistentie blijkt een cruciale factor te zijn voor de effectiviteit van de FITD.
De effectiviteit van de FITD varieert over verschillende studies. Verschillende onderzoeks- en analyse methoden kunnen dit in sommige gevallen verschillen in gevonden resultaten verklaren. Het grootste FITD effect kan verwacht worden als het eerste verzoek niet te klein is in vergelijking met het tweede en in eerste instantie niet te groot is, zowel de organisatie als het onderwerp van het verzoek pro-sociaal van aard zijn, de verzoeken gelijksoortig zijn en gedaan worden aan een persoon met een hoge behoefte aan consistentie. Voor het FITD effect maakt het onder de genoemde voorwaarden niet uit, of er tussen de verzoeken wel of geen tijdsinterval zit en of het tweede verzoek door dezelfde persoon of door iemand anders gedaan wordt als eerste verzoek. Ten slotte wordt aandacht besteed aan de impact op het zelfbeeld van de gebruiker van beïnvloedingstechnieken.

Details
 
Kwaliteit En Beleving Van Separatie

Kwaliteit En Beleving Van Separatie

Aanmaakdatum: 20/02/2009

 

 

Details
 
Humor In Psychotherapie

Humor In Psychotherapie

Aanmaakdatum: 20/02/2009

Humor kan op uiteenlopende manieren van toepassing zijn in psychotherapie; zowel om een bijdrage te leveren aan het behalen van behandeldoelen als voor diagnostische doeleinden. Deze scriptie geeft een overzicht van technieken om humor op een effectieve manier te integreren in psychotherapie. Ter inleiding hierop wordt het begrip humor verduidelijkt en zullen de drie belangrijkste theorieën die ten grondslag liggen aan de praktijktoepassingen aan bod komen, namelijk de incongruïteitstheorie, de superioriteitstheorie en de arousal theorie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende integratiemogelijkheden. Ten eerste kan de psychotherapeut zelf het therapeutisch medium vormen voor de integratie van humor. In dit opzicht produceert de therapeut de humor en fungeert de cliënt als passieve ‘ontvanger’ van de humor. Tevens kan humor gebruikt worden als diagnostisch en projectief instrument. Het accent ligt hierbij niet op de humor die gebruikt wordt door de therapeut, maar op de humor van de cliënt. Tenslotte kan de therapeut humor als copingtechniek aan de cliënt presenteren, zodat het voor de cliënt mogelijk wordt humor buiten de therapie op een constructieve wijze te gebruiken. Als een rode draad loopt door dit literatuuroverzicht een pleidooi om binnen de psychotherapie meer gebruik te maken van het positieve verschijnsel humor. Uit empirisch materiaal is namelijk gebleken dat het gebruik van humor, mits het goed afgestemd is op de therapie, de therapeut en de cliënt, wel degelijk effectief kan zijn.

Details
 
Detection of an Interpretation Bias in Depression

Detection of an Interpretation Bias in Depression

Aanmaakdatum: 20/02/2009

 Numerous studies demonstrated an interpretation bias in patients with social anxiety. Less evidence is available on an interpretation bias in depression. This study adapted the paradigm of Hirsch & Mathews (2000) and applied it to both depressed and socially anxious individuals. They performed a lexical decision task, while reading texts of different socially anxious and depressed situations. Ambiguous sentences were followed by positive or negative probe words. The findings indicated that depressed individuals made no positive or negative interpretations on-line. In contrast, non-depressed individuals favored positive interpretations. A similar trend was observed for socially anxious individuals. Implications for future research and clinical theories more broadly, are discussed.

Details
 
Decision-making and Risk-taking in Children and Adolescents: The Cake Gambling Task

Decision-making and Risk-taking in Children and Adolescents: The Cake Gambling Task

Aanmaakdatum: 20/02/2009

The present study examined developmental changes in risk-taking in normally functioning participants aged 11-12, 14-15 and 17-18 year olds. Participants completed a Cake Gambling Task which was based on the task discussed by Rogers, Owen, Middleton, Williams, Pickard, Sahakian, & Robbins, (1999), which dissociated between two aspects of risk-taking: probability estimation and reward sensitivity.
During task performance heart rate (HR), skin conductance (SCR) and respiration were continuously recorded. Children aged 11-12 and young adolescents aged 14-15 showed more risks-taking behaviour than older adolescents aged 17-18 when the probability to obtain that risk was low and when the credits associated with that risk were high. Slowing of HR increased with age for anticipation of feedback and in reaction to feedback. Ego development level was not predictive of performance. However, girls took fewer risky decisions on the Cake Gambling task than boys. No differences in HR were found between the two genders. These data show that with age, participants become more risk-aversive, and psycho physiological indices complement these findings by showing that changes are observed for both anticipation and outcome processing.

Details
 
De wereld begrijpen door een verloren bril

De wereld begrijpen door een verloren bril

Aanmaakdatum: 20/02/2009

Ouderen met milde cognitieve stoornissen (MCI) lijken zich in toenemende mate terug te trekken uit het sociale leven. Mogelijke verklaring hiervoor zou een achteruitgang van de sociale intelligentie kunnen zijn. In dit pilotonderzoek werden tien ouderen met milde geheugenstoornissen vergeleken met dertien gezonde ouderen op twee sociale intelligentietaken. Uit de resultaten bleek geen verschil in sociale intelligentie tussen de MCI-groep en de controlegroep. Ook werd er gekeken naar een mogelijke samenhang tussen sociale intelligentie en een aantal cognitieve domeinen. Samenhang werd gevonden met de verbale fluency, volgehouden aandacht en mentale schakelvaardigheid. Bovendien bleek sociale intelligentie samen te hangen met de mate van terugtrekking uit het sociale leven.

Details
 
De samenhang tussen geseksualiseerde media en permissieve seksuele attitudes

De samenhang tussen geseksualiseerde media en permissieve seksuele attitudes

Aanmaakdatum: 29/05/2010
Details
 
De Rol van Presence in de Effectiviteit van Serious Games

De Rol van Presence in de Effectiviteit van Serious Games

Aanmaakdatum: 14/08/2009

Document linked to: http://umcg.wewi.eldoc.ub.rug.nl/FILES/root/Rapporten/2009/UBAssertiv/psma-mt_0607_s1408054_ozinga.pdf

Link created on :vr, 2009-aug-14 12:24

 

De Rol van Presence in de Effectiviteit van Serious Games

Details
 
De invloed van medische informatie  op Internet op de relatie tussen  huisarts en pati

De invloed van medische informatie op Internet op de relatie tussen huisarts en pati

Aanmaakdatum: 20/02/2009
Details
 
Coping Met Tinnitus

Coping Met Tinnitus

Aanmaakdatum: 20/02/2009

Tinnitus is defined as the sensation of sound in the absence of any relevant stimulus. Previous research has shown that emotional distress is common among tinnitus sufferers. Especially depression and anxiety are often seen. Until now, very little empirical research has been done concerning coping styles used by tinnitus sufferers. The aim of the present study was to obtain insight in the relation between coping styles and perceived severity and emotional distress in tinnitus sufferers. To study this relation, 49 males and 77 females with tinnitus completed questionnaires measuring anxiety, agoraphobia, depression, quality of life, subjective severity of tinnitus, and tinnitus specific coping strategies. Four coping strategies were found: Wishful Thinking, Distraction, Positive Appraisal and Avoidance. The relationship between these coping styles and psychological well-being was examined. Coping style was found to be strongly associated with all of the variables measuring psychological well-being. The clinical implications of these findings are discussed.

Details
 
Cannabis En Het Geheugen

Cannabis En Het Geheugen

Aanmaakdatum: 20/02/2009

De hippocampus en het proces van Long Term Potentiation (LTP) spelen een belangrijke rol bij het geheugen. Er zijn veel cannabinoïde receptoren in de hippocampus te vinden en er is aangetoond, dat cannabinoïde binding met deze receptoren beperkend werkt op hippocampale gemediëerde informatie verwerking via de hippocampus, die cruciaal is voor verschillende geheugentaken. Cannabinoïde receptor binding beperkt de verplaatsing van herinneringen van het korte- naar het lange termijngeheugen. Cannabinoïden kunnen een morfologische verandering in de hippocampus veroorzaken, die vergelijkbaar is met exitotoxiciteit beschadiging, maar tegenovergesteld aan die van stress.
Uit de vele onderzoeken naar de effecten van cannabis op het geheugen kan als algemene conclusie gesteld worden, dat cannabis een beperking in het korte termijngeheugen teweegbrengt, die direct na gebruik goed meetbaar is en afneemt met verloop van tijd. Hoe langer cannabis is gebruikt, hoe duidelijker de cognitieve beperking. Na 6 weken van onthouding is de geheugenbeperking nauwelijks tot niet meetbaar.

Details
 

Downloads Home
Downloads Home
Document zoeken
Document zoeken

Contact

Kenniscentrum Psychologie (KCP)
Voorstraat 437a
Dordrecht 3311 CT
contact@kenniscentrumpsychologie.nl
KvK-nr. 24409026/ BTW-nr. 81.75.63.623.B/
Rabobank 13.17.97.867