Waarom hebben lange leiders een voordeel?
Lange leiders hebben een voordeel, goede voetballers zijn middelmatige coaches, iedereen heeft een hekel aan de zogeheten middenmanagers en we werken het liefst voor kleine, platte organisaties omdat ons gedrag wordt aangestuurd door hersenen uit het Stenen Tijdperk die niet zijn toegerust om in moderne organisaties te functioneren. In zijn oratie neemt Mark van Vugt u mee naar de basis van leiderschap: hij laat zien hoe het is ontstaan en veranderd in een tijdsbestek van miljoenen jaren. De titel van de oratie luidt Van Darwin tot Obama: Natuurlijke selectie: de evolutionaire psychologie van leiderschap.
We zijn allemaal leiders of volgers – of beiden. We herkennen leiderschap in bijna elk aspect van ons leven: op het werk, in onze vriendenkring, in families, in religie en in de politiek. Waarom volgen we leiders? En wat maakt een goede of slechte leider? Alle aspecten die we herkennen uit discussies en theorieën over leiderschap – zoals charisma, persoonlijkheid, het glazen plafond, alfamannetjes of de erfelijkheid van leiderschap, worden nu verklaard in een allesomvattende theorie. Deze theorie is gebaseerd op een evolutionaire (Darwinistische) analyse van leiderschap en maakt gebruik van recente wetenschappelijke inzichten uit de psychologie, biologie, economie, antropologie en neurowetenschappen.
Bijen, buffels en bavianen
Van Vugt gebruikt daarbij voorbeelden van leiderschap bij bijen, buffels en bavianen. Hij gaat in op de vraag hoe leiderschap eruit heeft gezien bij onze jager-verzamelaar-voorouders en hoe deze voorouderlijke omgeving ons sociale brein heeft gevormd. Aan de hand van de evolutionaire geschiedenis en de wetenschappelijke basis van leiderschap verklaart hij waarom lange leiders een voordeel hebben, waarom goede voetballers middelmatige coaches zijn, waarom iedereen een hekel heeft aan de zogenaamde middenmanagers en waarom we het liefst werken voor kleine, platte organisaties.
Bron: Vrije Universiteit Amsterdam
| < Vorige | Volgende > |
|---|

