Depressie bij nierpatient blijft meestal onbehandeld |
|
|
| woensdag, 23 juli 2008 12:03 |
|
Depressie onder nierpatiënten is moeilijk te diagnosticeren en blijkt dan ook vaker voor te komen dan gedacht. En als het wel wordt herkend, blijft het meestal onbehandeld. Canadese onderzoekers hebben voor het eerst een grote literatuurstudie gedaan naar depressies bij nierpatiënten en de mogelijke behandelingen ervan. Als behandelmethode is volgens het onderzoek psychotherapie zonder meer geschikt. De meeste gangbare medicijnen kunnen ook gebruikt worden voor nierpatiënten, al moet van sommige de dosis worden aangepast. Onder dialyserende nierpatiënten is depressie de meest voorkomende psychiatrische stoornis. Ziekenhuisopname om deze reden komt zelfs vaker voor dan vanwege hart- en vaataandoeningen. Van alle mensen met een chronische nierfunctiestoornis vertoont ongeveer een derde depressieve symptomen. Depressie blijkt samen te gaan met een verhoogde sterftekans, onafhankelijk van andere factoren als leeftijd of kwaliteit van de dialyse. Het is alleen niet duidelijk of de depressie zelf hier de oorzaak van is, of dat er een indirect effect is op bijvoorbeeld het volgens voorschrift gebruiken van medicijnen. Het vaststellen van een depressie bij nierpatiënten is volgens de Canadezen erg lastig, omdat veel symptomen, zoals vermoeidheid, zowel het gevolg van de nierziekte als van een mogelijke depressie kunnen zijn. Daardoor wordt de depressie vaak niet herkend. Ook de behandeling laat sterk te wensen over: naar schatting wordt niet meer dan 35 procent van de hemodialysepatiënten met een vastgestelde depressie daar ook werkelijk voor behandeld met antidepressiva. De onderzoekers gaan ervan uit, dat ook bij mensen met een verminderde nierfunctie, behandeling met medicijnen een positief effect zal hebben. Bij mensen met een goede nierfunctie, wordt meestal gestart met zogenaamde tweede-generatie-antidepressiva. Van deze groep heeft ruim de helft van de patiënten baat bij de behandeling. Hierom, en omdat oudere middelen vermeden moeten worden bij mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, focussen de onderzoekers op deze medicijnen. Er is weinig onderzoek gedaan naar het effect van deze antidepressiva bij nierpatiënten, maar uit de onderzoeken die er zijn, valt volgens de onderzoekers te concluderen dat de meeste middelen gewoon gebruikt kunnen worden. Wel moet van sommige medicijnen de dosis aangepast worden, soms zelfs al bij een creatinineklaring van minder dan 70 ml/minuut. Deze medicijnen hebben bijvoorbeeld een negatief effect op rusteloze benen of de bloeddruk en moeten daarom in een lagere dosis gegeven worden. Alleen het middel duloxetine wordt nadrukkelijk afgeraden bij dialysepatiënten. Dat is in Nederland ook het geval. De onderzoeker raden een betere screening van nierpatiënten op depressieve symptomen aan en concluderen verder, dat de gangbare behandeling van een depressie ook voor nierpatiënten geschikt is. Wel moet het protocol dan extra zorgvuldig gevolgd worden: met de laagst mogelijke dosis beginnen en erg alert zijn op bijwerkingen of overdoseringen. Ook zouden zorgverleners beter op de hoogte moeten zijn van de hoge prevalentie van depressie onder nierpatiënten en de problemen waar zij tegenaan lopen bij het stellen van de diagnose. Bron: Niernieuws.nl, 21-07-2008
|



