Print
31
mei

Het Ondiepe – zin of onzin over onze psyche en het internet?

Onlangs 'Oorlog en Vrede' van Tolstoj gelezen? Ik niet en ik acht de kans klein dat u dat wel heeft gedaan. Waar zou dat aan liggen? De vijftienhonderd bladzijden die het boek telt? Gebrek aan tijd? De stijl? Of is het gewoon een vreselijk langdradig boek?
Of heeft het te maken met uw internetgebruik?

Dat laatste is namelijk de boodschap van Nicholas Carr in zijn vorig jaar verschenen en dit jaar vertaalde boek 'Het Ondiepe – Hoe onze hersenen omgaan met internet' (Amsterdam, Maven Publishing – 2011). Carr's stelling luidt dat internet de manier waarop we informatie tot ons nemen heeft veranderd. Het web verandert ons namelijk in gemakzuchtig en ongeduldige lezers. Het vormt een voortdurende bron van onrust en afleiding. Sterker: het heeft invloed op de werking en zelfs structuur van ons brein. Zo gezien had de ondertitel van het boek misschien beter kunnen luiden: 'Hoe internet met onze hersenen omgaat'.

Eerder publiceerde Carr een essay met de provocerende titel 'Is Google Making Us Stupid?' (2008). 'Het Ondiepe' is te beschouwen als een uitwerking hiervan. Het boek is gebaseerd op het essay, maar dan gelardeerd met een schat aan voorbeelden en bronnen. Hersenonderzoek, neuropsychologie, geschiedenis, arbeids- en organisatiepsychologie, literatuur, sociologie, filosofie; enfin, u noemt het en Carr geeft het. Dat hij ogenschijnlijk geen feit onvermeld laat kan zowel voor als tegen zijn stelling pleiten. Zijn internetgebruik heeft blijkbaar geen invloed op zijn leesdrift. Of put hij uit zo'n breed scala van gegevens, omdat het overwegend uit knip- en plakwerk bestaat?

Hij opent zijn boek met de constatering dat hij de laatste paar jaar het onprettige gevoel heeft 'dat iemand, of iets, aan mijn hersenen zit te prutsen, bezig is met het opnieuw inrichten van mijn zenuwstelsel en het herprogrammeren van mijn geheugen'. Hij wijt dit aan zijn gebruik van internet. Hij surft al tien jaar op het internet en volgens hem heeft dat een prijs: 'het net lijkt mijn vermogen tot concentratie en contemplatie uit te hollen'. Daardoor heeft hij moeite met het lezen van boeken en wetenschappelijke artikelen. En hij is niet de enige. Veel van zijn vrienden kampen met hetzelfde probleem.
Vervolgens gaat hij in op de ontwikkeling van de communicatietechnologie gedurende de afgelopen eeuwen. Media zijn meer dan alleen communicatiekanalen. Zij leveren niet alleen voedsel voor onze gedachten maar vormen ook ons denkproces. Kranten en tijdschriften veranderen van karakter omdat redacties zich steeds meer laten beïnvloeden door de fragmentarische aandachtspanne van de consument. Dit is weer een logisch gevolg van de manier waarop het web informatie opdient: korte fragmenten, losgetornd van het geheel, gelardeerd met hyperlinks die de gebruiker meevoeren in een maalstroom van informatie en voortdurende afleiding (even mail checken, even een bankzaak regelen, even een kaartje bestellen etc.). Gevolg: het werkgeheugen van de gemiddelde gebruiker raakt dermate overbelast dat dit ten koste gaat van de aandacht en de diepgang. Er blijft gewoon geen (hersen)ruimte meer over om de informatie op te slaan: 'Het net is van nature een systeem dat onderbreekt, een apparaat dat toegespitst is op het verdelen van aandacht'. Dit betekent het einde van het 'diepe lezen'. Webpagina's worden namelijk nauwelijks gelezen: het is een kwestie van 'browsen en scannen' en 'niet-lineair lezen'. Met andere woorden: we nemen de informatie steeds oppervlakkiger tot ons. En dat heeft weer invloed op de manier waarop onze hersenen werken. De plasticiteit van ons brein is veel groter dan men vroeger aannam. Er vindt een voortdurende 'herbedrading' plaats in ons brein en die veranderingen worden (mede) gestuurd door de gereedschappen en media waarvan we gebruik maken.
De filosofie van het web is het sterkst terug te vinden in wat Carr 'De Kerk van Google' noemt. Hij maakt de vergelijking met het werk van Taylor die het zogeheten 'scientific management' ontwikkelde: het tot op de seconde in kaart brengen hoeveel tijd een bepaalde handeling van een werknemer in beslag mocht nemen. 'Wat Taylor deed voor het handwerk, doet Google voor het werk van de geest'. De winst van Google is rechtstreeks gerelateerd aan de snelheid waarmee mensen direct informatie tot zich nemen. Of zoals een woordvoerster van Google het uitdrukt: 'Ons doel is om mensen heel snel binnen te halen en weer buiten te zetten'. Ondertussen zit de concurrentie ook niet stil en dat leidt tot een strijd welk internetbedrijf het meeste bedieningsgemak biedt. De keerzijde: hoe slimmer de software, hoe dommer de gebruiker.
Carr schrijft hoe het aanvankelijk moeite kostte zijn gedachten goed te verwoorden. Ook hij zat gevangen in de dwangbuis die internet heet en die zijn geest deed hunkeren naar hapklare brokken informatie, wat resulteerde in onvermogen zich langdurig te concentreren. Een verhuizing naar een afgelegen streek in de bergen van Colorado met een streng online-regime was zijn redding: 'De ontmanteling van mijn onlineleven verliep verre van pijnloos. Maandenlang schreeuwden mijn synapsen om hun dosis internet'. Daarna kon hij weer, zoals vroeger, uren lang typen of zich verdiepen en verliezen in een artikel of boek. Het is niet zonder effectbejag: de internetverslaafde die rust en bezinning vindt op de top van een eenzame berg en daar zijn bekentenissen schrijft.

Het moet gezegd: Carr's boek roept veel vragen op over de huidige media en de invloed op de maatschappij en de psyche van de gebruiker. Hij overdondert de lezer met argumenten. Het ene onderzoek is nog niet beschreven, of het andere dient zich al weer aan. Bovendien kan hij boeiend schrijven. Het is dan ook niet moeilijk je te laten meevoeren in zijn betoog. Als je dat doet, lijken de conclusies voor de hand te liggen.

Dat wil zeggen Carr's conclusies.
Toch bekroop me halverwege het boek een zekere moeheid. Natuurlijk, er zijn heel wat kanttekeningen te zetten bij overmatig computer- en internetgebruik, maar geldt dat niet voor alle media? En voor alles waar we 'overmatig' bij kunnen zetten? Ook doet hij veel uitspraken met de nodige slagen om de arm, omdat de conclusies voor nogal wat verschillende uitleg vatbaar zijn. Daarbij beroept hij zich nogal eens op persoonlijke of anekdotische informatie.
Was het niet de uitvinding van de drukpers die ook tot negatieve reacties leidde, omdat sceptici vreesden dat de grotere toegankelijkheid van gedrukte boeken zou leiden tot vervlakking en intellectuele luiheid? Uiteindelijk heeft deze uitvinding ons in intellectueel opzicht geen windeieren gelegd.
Dus zou het gevaar niet in het medium zelf zitten, maar in het feit dat we ons er zo afhankelijkheid van maken? Wel eens een internetstoring van een paar uur meegemaakt? Wat voelen we ons dan hulpeloos, machteloos, rede- en reddeloos. Het is aardig dat we het web kunnen inzetten ter vervanging van het persoonlijk geheugen, maar het moet dan wel permanent beschikbaar zijn. Zo niet, dan komen de synapsen inderdaad in opstand.
En we blijven die afhankelijkheid bovendien ook vergroten. Carr besluit zijn boek met een krantenbericht: een Engelse firma die zich bezighoudt met schooltoetsen kondigde aan dat het wilde beginnen met een geautomatiseerde op kunstmatige intelligentie gebaseerde correctie van examenessays. 'Hoe, zo vroeg ik me af, zou de software (…) die zeldzame studenten eruit weten te pikken die afwijken van de conventies voor het schrijven van een essay, niet omdat ze geen essay kunnen schrijven, maar juist omdat ze toevallig briljant zijn?'
Waarmee ik de onmiskenbare waarde van het boek aangeef: het stemt tot (diep) nadenken. En dat is, zoveel maakt Carr wel duidelijk, in ieder geval goed voor de bedrading in de hersenen.

© Willem Visser (2011) http://www.txtpro.nl/

Co lumns

  • Er is een boek verschenen van Paul Harrington dat de vergiftigende boodschap van The Secret nu ook bij jongeren wil gaan introduceren. Normaal gesproken ben ik niet zo van de kritische aantijgingen, maar dit boek noopt tot het maken van een uitzondering. Er schuilt namelijk een groot gevaar in het gedachtengoed van The Secret. Mensen wordt vertelt dat gedachten de…
    Lees meer...
  • Alles wat er gebeurt in de wereld heeft naar mijn idee een functie. Dat er nu een kredietcrisis is, is er niet voor niets. De kredietcrisis lijkt een halt toe te roepen aan het kapitalisme en de overheid –al dan niet tijdelijk- een grotere rol te geven. Wellicht betekent het ook dat we met z’n allen iets minder moeten consumeren…
    Lees meer...
  • Ik heb een gloeiende rothekel aan kinderen. Wie ze neemt is gedoemd tot minimaal 18 jaar ware hel. De eerste paar jaar schijten ze kotsend alles onder en mag jij het opruimen. Daarna krijgen ze een eigen willetje en treiteren ze jarenlang het bloed onder je teennagels vandaan. Ze ruineren je huwelijk, plukken je geestelijk en financieel volledig kaal en…
    Lees meer...

Tref woor den

hersenen

Contact

Kenniscentrum Psychologie (KCP)
Voorstraat 437a
Dordrecht 3311 CT
contact@kenniscentrumpsychologie.nl
KvK-nr. 24409026/ BTW-nr. 81.75.63.623.B/
Rabobank 13.17.97.867