Van tafel en bed
Succes en huwelijk lijken elkaar in de weg te zitten. Waarschijnlijk omdat beiden als kostenpost op te voeren zijn. Tijd, liquiditeit en preoccupatie laten zich nu eenmaal slecht in geluk uitdrukken. Een succesvol huwelijk is daarmee tot eufemisme verworden. Contradictum in terminus. Als onvolprezen metronoom van de dagelijksheid, een troostrijk eikpunt van de sleet. Toch blijft het voor velen wens en kader van het verwachtte. Zodat ook vandaag de dag nog menigeen vertwijfelt voor zich uit stamelt, ‘gelukkig, getrouwd’.
Waar als agonist van de roker vaak de 93 jarige nadampende oudoom te berde wordt gebracht, weet de trouwe huwelijksdeelnemer vaak nog wel een diamanten jubileum te bejubelen. Dat het daarmee als duursport wordt getypeerd lijkt voor lief te worden genomen. De aanhouder wint. Meedoen daarbij belangrijker. Een credo waar menig echtpaar oud bij is geworden. Onrecht neemt dan ook demonische vormen aan wanneer mensen uit elkaar worden getrokken door zoiets banaals als zorgafhankelijkheid.
De institutionele ouderzorg is met afstand de grootste promotor van de lat-relatie. Na vaak jaren huwelijk, al dan niet succesvol, wonen ze plotseling weer alleen. Slapen ze in een eenpersoonsbed. Missen ze dat vertrouwde stemgeluid, die huislijke gewoontes en onhebbelijkheden, de soms zo eenvoudige aanwezigheid. Gescheiden zonder advocaatkosten. Zorgvuldig gefaciliteerd door het zorgstelsel. Oud worden kan samen, maar ziek oud worden doen we alleen.
Ducunt fata volentem, nolentem trahunt.
Timo Klein Kranenbarg
| < Vorige | Volgende > |
|---|

