Precies Mis
In ons land komen mensen die anderen het beste gunnen gelukkig nog steeds voor. Het is het drijfvermogen van de verzorgingsstaat. Toch betekent dat lang niet altijd dat die anderen daar beter van worden. Sterker nog, het garandeert niets. Met grote regelmaat zelfs letterlijk niets. Het blijft dan bij onze bedoelingen alleen. Wanneer we ertoe worden gedwongen om onze intenties concreet te maken, willen danook onze eigen belangen die van de ander nog wel eens overschaduwen. Een herkenbaar gruwel dat voor niemand wenselijk is. Iets menselijks lijkt soms vreemd.
Als er iemand moet worden opgenomen in een verpleeghuis struikelen we vaak over onze goede bedoelingen. We willen natuurlijk het beste voor onze naasten en op een of andere wijze rijmt dat niet met het concept verpleeghuis. Dat wordt eerder beleefd als een noodzakelijk kwaad. We komen derhalve met onze wensen in de knoop. Een vervelend gevoel waarbij onze zorg voor de ander maar moeilijk te ontwarren is van onze eigen zorgen. We willen het beste voor de ander, maar daarnaast willen we ook onszelf graag beter te voelen. Je uiterste best gedaan hebben, het maximale bij instanties eruit halen, de zorgverleners tot het uiterste dwingen. Het biedt enigszins tegenwicht tegen dat vreselijke gevoel iemand uit te leveren aan het lot. We willen een mooie, vriendelijke zelfs ideale oplossing voor iets vreselijks.
Iemand die naar een verpleeghuis moet verhuizen is altijd sterk afhankelijk van zorg. Het idee ‘thuis gaat het niet meer’ is veelal reeds een eufemisme. Iemand is ziek, kwetsbaar en afhankelijk geworden. Daar veranderen we niets meer aan. Het is een laatste verhuizing, niet omdat iemand het wil, maar omdat het niet anders meer kan. Dat zijn de feiten, die ellendige machteloosheid is het gevoel dat daarbij hoort.
Menselijkerwijs neigen we naar vermijding en verzachting. Voor de aanstaande bewoner is dat vaak moeilijk te realiseren. We doen in de zorg derhalve ons uiterste best om het voor de achterblijvers, de mensen met het schuld en verantwoordelijkheidsgevoel, zo dragelijk mogelijk te maken. Daar is werkelijk niets mis mee. Het zou zorgelijk worden als er voor dergelijke gevoelens geen aandacht zou zijn. Toch is het bezwaarlijk als we de indruk laten bestaan dat het om iets anders gaat dan om een lastenverlichting voor de achterblijvers. En dat wil nog wel eens het geval zijn. De recente ontwikkelingen in de ouderenzorg zien we ook in andere zorggebieden terug. Kleinschaligheid is de nieuwe norm. Klantgerichtheid in shangri-la. Het liefst met aardappelschillen, afwassen en groentetuinbeheer. Kortom, net als thuis. Waarbij we maar even voorbijgaan aan de volksstammen waarbij de magnetron het centrum van het huislijk universum is geworden. We willen voornamelijk dat ons eigen beeld van de oude dag klopt. Breiende vrolijke oma’s achter de geraniums. Tevreden opa’s tussen de sigarenbandjes en de postzegels. De nadruk moet op wonen liggen, niet op zorg. Dan lijkt het weer gewoon. Dat voelt goed, daar kunnen wij mee leven.
Dat mag ook, want een dergelijke woonvorm zou goed zijn voor een ieder. Als we de kans kregen zouden we er misschien zelf nog willen wonen. Bastions van huislijke gezelligheid. Het is de haarlemmerolie voor onafwendbaar leed. Het feit dat we te maken hebben met verpleeghuisbewoners lijkt onze utopie nauwelijks te deren. We willen in dit kader even niet denken aan zorgafhankelijkheid, progressieve ziektebeelden en de dood. We willen er, liefst hoogstpersoonlijk, een gelukkige oude dag van maken. En die vrolijke vitrage helpt daar heerlijk bij. Toch laat leed zich slecht aankleden. Wanneer we in deze woonvormen rondkijken waart het ook daar tussen de pasteltinten. Dementie is, ook in een fijne woonboerderij, nog steeds dementie.
Natuurlijk kan een kleinschalige woonvorm voor sommige mensen een uitstekende keuze zijn. Dat dit niet voor de meerderheid zo is, dicteert het specifieke karakter van de woonvorm en de verscheidenheid in de verpleeghuispopulatie. De beste oplossing voor iemand die verpleeghuiszorg nodig heeft, is nooit in algemene vormen te vatten. Die vinden we alleen wanneer we zorgvuldig per individu bekijken wat er nodig is en wat er kan. Dan is er natuurlijk nog de vraag of hetgeen wat aansluit ook ergens geboden wordt. Want als we rücksichtslos alle woonvormen omzetten naar de laatste mode dan valt er binnenkort, net als vroeger, niets meer te kiezen.
Kleinschaligheid, zoals het nu wordt ontwikkelt, is dus voor vele mensen ideaal. Echter lang niet altijd voor de mensen die er daadwerkelijk gebruik van moeten maken. Daarbij is het in de praktijk nooit zoals in de folder. Ik ken voorbeelden waarbij de kleinschaligheid enkel een referentie aan de vloermeters kan zijn. Soms is het goed om onszelf en de wereld te bedotten door ellende weg te wensen of te bagatelliseren. De werkelijkheid te romantiseren waardoor het leed drama kan worden, de uitzichtloosheid tragedie. Dat lijkt de kortste route naar berusting. In de verpleeghuiszorg werkt echter ontsierde eerlijkheid het beste. Als de situatie onomkeerbaar en beroerd is, zal ons antwoord daarop dat niet wegnemen. De bewoner gaat daarin het loodzware traject van acceptatie. Laten we ze juist daarin niet alleen laten.
Timo Klein Kranenbarg
{mos_fb_discuss:2}
| < Vorige | Volgende > |
|---|

