Laatbloeier
Zesenveertig was ik, toen ik psychologie ging studeren. Daarvoor had ik een carrière achter de rug als beeldend kunstenaar. Ik organiseerde verder nog cursussen en workshops op het gebied van beeldende vorming. Op zeker moment was ik echter tot de conclusie gekomen dat ik uitgeschilderd was.
Ik heb nog enige tijd in het commerciële circuit geopereerd. Daarvoor maakte ik schilderijen op een bepaald formaat en van een bepaald onderwerp. Die verkocht ik aan een galeriehouder en hij verkocht ze voor een drievoud van de prijs weer door aan zijn klanten. Wie die klanten waren kreeg ik uiteraard niet te horen. Het was in ieder geval goede handel.
Rond de eeuwwisseling was de financieel-economische wind behoorlijk guur. De introductie van de euro maakte dat er niet beter op en met de kunsthandel was het snel gedaan. Daarmee verloor ik mijn laatste restje schildermotivatie en kwam de psychologie om de hoek kijken.
Niet om mezelf beter te leren begrijpen of vanwege een midlifecrisis trok het vak me aan. Ik ben altijd geboeid geweest door de vraag waarom mensen doen wat ze doen. Een echt antwoord ben ik de afgelopen vijf jaar nog niet tegengekomen. Wel heb ik een hoop andere dingen geleerd. Dat maakt veel goed.
Ongeveer in dezelfde tijd verstuikte mijn vrouw haar enkel tijdens een vakantie. Zodoende kon zij geen auto meer rijden. Ik had geen rijbewijs en bijvoorbeeld boodschappen doen werd een hele logistieke operatie waar al gauw een halve dag mee heen ging. Daarnaast deed zich de vraag voor hoe we thuis moesten komen als zij niet op tijd genezen zou zijn.
De oude discussie laaide weer op: wanneer ga je nu eens je rijbewijs halen?
Het lijkt er daardoor op dat psychologie en autorijden met elkaar samenhangen. En die twee associeer ik vervolgens weer met het naderbij komen van mijn vijftigste verjaardag.
Je kunt gerust stellen dat ik een laatbloeier ben...
Al met al vond ik autorijden een stuk lastiger dan welke module psychologie dan ook. Voor het laatste staat gemiddeld honderd uur, terwijl ik mijn rijbewijs in ongeveer de helft daarvan haalde. Voor mijn gevoel heb ik echter véél en véél meer uren met Piet, mijn rij-instructeur, in de leswagen doorgebracht dan ik aan tijd heb besteed aan willekeurig welk tentamen dan ook.
Het is appels met peren vergelijken, maar toch.
Laat ik vooropstellen dat ik autorijden decennialang heb onderschat. Ik hoorde verhalen van vrienden, kennissen en collega's die na een depressie of burn-out niet meer durfden te rijden. Dat leek me onzin. Autorijden kon toch iedereen? Ik had makkelijk praten terwijl ik als passagier genoot van het uitzicht en incidenteel wat tomtomde.
Ik weet nu wel beter. Autorijden is opletten. Allemachtig - wat een opletten! Het neemt je helemaal in beslag. Geestelijk en lichamelijk. Na mijn eerste rijles was ik doodop, stond het zweet op m'n rug en deden al m'n spieren pijn, alsof ik een kilometer of tien had hardgelopen!
Een prangende vraag rees in me op: hoe was het mogelijk dat mensen al die handelingen, al dat opletten, uitkijken, opzij- en achterom kijken, koppelen en schakelen én remmen en sturen, ondertussen ook nog anticiperen en tussentijds richting aangeven, tegelijk konden doen?
Het kon. Ik leerde het zelf. Ik mocht op den duur zelfs examen doen.
Dat eerste examen begon ik voortvarend: soepel wegrijden; goed schakelen; duidelijk zichtbaar in de spiegeltjes en over de schouders kijken; ontspannen antwoorden op de vragen van de examinator. Ook het invoegen op de snelweg was uit het boekje. Ik begon mij zowaar te ontspannen. Het uitvoegen zou de kroon op dit examen worden. Tot mijn verbazing zag ik dat de uitvoegstrook ook een invoegstrook was. Daar had Piet me nooit op gewezen. En ineens hing er een grote zwarte BMW-SUV naast me die onmiskenbaar de intentie had de A13 op te gaan, terwijl ik eraf wilde. Wilde? Moest! Van de examinator.
Wat te doen? Gasgeven! Dom. Heel dom.
Niet alleen overschreed ik nu ruimhartig de toegestane maximumsnelheid, ook moest ik de BMW min of meer snijden om alsnog uit te voegen.
Dat maakte geen goede indruk op de examinator. Hij liet het niet merken, maar je hoeft geen psycholoog te zijn om die conclusie te trekken. Ik wist ook dat ik hiermee na een minuut of twaalf mijn examen om zeep geholpen had. Er ging daarna alles fout wat fout kon gaan. Slechts in het zicht van het CBR-gebouw beleefde ik een kortstondige en wonderbaarlijke opleving, maar dat was ruim onvoldoende om de daaraan vooraf gaande dertig minuten te doen vergeten.
Enkele weken later slaagde ik alsnog.
Jarenlang was autorijden verbonden met gezelschap, conversatie en vooral ontspannen naar buiten staren. Nu is het opletten en oppassen. Voor mezelf, maar ook de medeweggebruikers. Autorijden geeft een gevoel van vrijheid en beheersing. Soms zelfs van ontspanning. Toch moet ik bekennen dat ik na een paar uur rijden heel erg verlang naar de passagierstoel. Zodat ik weer optimaal kan genieten van het uitzicht en vrijuit converserend op de plaats van bestemming kan aankomen.
| < Vorige | Volgende > |
|---|

