Hoogbegaafdheid
Hoogbegaafdheid
“Voor een genie zijn de fouten die hij maakt poorten naar ontdekkingen” (James Joyce)
Het omgaan met de frustraties die de omgeving hen stelt en met fouten van zichzelf en van de mensen in hun buurt is een opdracht voor getalenteerde (geniale, hoogbegaafde, artistiek begaafde) kinderen. Met de steun van een evenwichtig omgeving (die niet al te veel idealiseert, maar ook niet ontkent) kunnen zij zich vermoedelijk behoorlijk een weg banen doorheen de wederwaardigheden van het leven.
Hoe komt het dat behoorlijk functionerende hoogbegaafden (bepaalde hoogleraars, politici of bedrijfsleid(st)ers bijvoorbeeld, leerkrachten , muzikanten, of andere artiesten) niet terug te vinden zijn in verenigingen voor hoogbegaafde personen?
Vermoedelijk hebben al deze mensen als kind toch de nodige problemen gehad. De bekende kinderpsychiater-psychoanalytica Françoise Dolto bijvoorbeeld denkt in haar autobiografische teksten terug aan haar kindertijd waarin haar vele beperkingen werden opgelegd. Maar reeds als kind nam ze zich voor om zich in te houden tot “later, als ik groot ben”, dan zou ze wel vrij zijn om te doen en te studeren wat ze wil (en om dan een beroep te kiezen waarin ze het opneemt voor de psychische vrijheid van kinderen). Deze wachttijd gebruikte ze door al denkend creatief bezig te zijn. Misschien helpt de uitzonderlijke emotionele intelligentie van deze mensen hen om betere oplossingen te vinden voor de frustraties waarmee elk kind in zijn kindertijd te maken heeft; frustraties die bij hen bovendien ook op het vlak van de intellectuele uitdaging liggen.
In de vele methodescholen en scholen die een pedagogisch project in hun vaandel dragen, in Vlaanderen en Nederland, is de leeromgeving echter rijk genoeg of kan ze uitdagend genoeg gemaakt worden om deze frustraties niet te hoog te laten oplopen. Aparte klassen en scholen voor hoogbegaafden zijn niet nodig!
Bovendien zijn er studies verricht waaruit blijkt dat zeker niet alle hoogbegaafden het uitzonderlijk lastig hebben in hun kindertijd. Velen maken op verschillende terreinen een positieve en harmonische ontwikkeling door. Vooral bij hoogbegaafden met emotionele problemen wordt een dysharmonische ontwikkeling vastgesteld (tekorten op het vlak van zelfredzaamheid, algemene oriëntatie, …). Het aanvankelijk niet-beseffen van de eigen voorsprong kan niettemin voor sociale problemen zorgen, zowel in de groep van leeftijdgenoten als tegenover/met volwassenen. Ook zeer verstandige en getalenteerde kinderen hebben op de eerste plaats baat bij een warme ontvangst van hun hele hebben en houden, op school en daarbuiten. Ze zijn immers niet geholpen met volwassenen die gefascineerd zijn door hun talenten of die hen bijvoorbeeld benaderen vanuit hun eigen verdriet om niet-gerealiseerde mogelijkheden, of - wie weet - met naijver, soms.
Het is m.i. niet onmogelijk dat fascinatie (een vorm van perplexe aandacht ) voor hoogbegaafdheid, in de omgeving van deze “bijzondere” personen, tot problemen aanleiding kan geven.
Het is slechts een hypothese. Maar wanneer een baby of jong kind al heel vroeg een “voorstand” te zien geeft, kan dit de omgeving – met de beste bedoelingen - aanzetten tot een uitgesproken en eenzijdige gerichtheid op deze heel vroegtijdige ontplooiing. Wanneer één kenmerk van een persoon door de belangrijkste mensen in de omgeving van het kind, voortdurend en vaak onbewust in de schijnwerpers wordt gezet (schoonheid, intelligentie, bepaalde talenten), kan dit misschien wel leiden tot grotere of kleinere “evenwichtsproblemen” in de ontwikkeling. Vele kinderen, vaak de meest gevoelige, hebben namelijk een groot talent om zich aan te passen aan de – al dan niet uitgesproken - verwachtingen van de omgeving. Elk kind heeft nochtans nood aan belangstellende aandacht voor zijn gehele persoonlijkheid. Aandacht is een vaak onbewust en door emoties gedirigeerd psychisch proces. Soms kan de speciale begaafdheid van het kind een anker zijn voor ouders of leerkrachten, of een bijzondere betekenis hebben.
Het kan voor een kind rustgevend zijn als de volwassenen in zijn buurt naar hem kijken met een verstrooide, in plaats van met een focusserende blik, met een breedbeeldlens, in plaats van met een zoomlens.
Opvoeding is vaak een evenwichtsoefening op een smalle balk. Groot worden ook.
Mileen Janssens
Psycholoog-psychotherapeut
| < Vorige | Volgende > |
|---|

