Print
28
okt

Het verkeer en ik

Geschreven door Iris Paris op 28 oktober 2009.

Tegenstrijdigheden, mijn leven staat er vol van. Niet alleen vind ik het belangrijk om zaken in de wereld van twee kanten te bekijken, maar ik zoek ook graag naar paradoxen binnen mijn eigen gedrag. Hierbij kom ik al snel uit op maar één ding: het verkeer. Het woord paradox lijkt hier welhaast uitgevonden. Hoewel ik te boek sta als iemand die respect en sociaal gedrag in een hoog vaandel heb staan, is daar op het asfalt slechts een schim van te bekennen. Zodra ik de deur uitstap lijkt het alsof er een aantal deugden spontaan van me afvallen. Als ik op de fiets zit (en dat is 9 van de 10 keer het geval als verkeersdeelnemer), lijk ik geen enkele andere fietser te zien. Ik haal naast elkaar fietsende mensen op slinkse wijze in en ga amper aan de kant voor tegenliggers. Ook heb ik dikwijls de neiging om over de stoep te fietsen en m’n voorwiel net zover haaks op de weg te zetten zodat auto’s op z’n minst plots moeten afremmen om mij te passeren. Ik heb een hekel aan te hard rijdende auto’s en steek juist de weg over als het alleen al erop lijkt dat auto’s te hard rijden. Voor wandelaars ben ik niet aardiger. Voor zebrapaden stoppen ho maar. Het gekke is dat als ik zelf een automobilist ben of wandelaar, ik me net zo gedraag tegenover de andere verkeersgebruikers als wanneer ik op de fiets zit. In de auto rijdend, heb ik een hekel aan fietsers die opeens door rood rijden of met z’n drieën naast elkaar fietsen. Ook negeer ik in de nachtelijke uurtjes dikwijls het rode licht of trap ik dan iets harder op het gaspedaal dan toegestaan is. Om nog maar te zwijgen over de keren dat ik op de racefiets zit. Dan moet werkelijk elke verkeersgebruiker het ontgelden. Ik verlang dat elke fietser naar de kant zoeft als ik eraan kom. Ik verlang ernaar dat auto’s van rechts spontaan voor mij stoppen. Dit komt niet alleen omdat plotseling remmen op de racefiets levensgevaarlijk is (je moet je in een luttele seconde uit het kliksysteem op de trappers lichten), maar omdat ik gewoon dóór wil. Eigenbelang. Geen respect. Interessant is vooral, hoe valt dit asociale gedrag te rijmen met mijn ‘goede’ gedrag buiten het verkeer om? Is het puur een eigenschap die voortkomt uit een stukje spanning zoeken? Is het logisch gevolg van de grote hoeveelheid medeverkeersdeelnemers op de weg? Of ben ik gewoon iemand die in wezen een stuk asocialer is dan zij denkt?

De eerste twee verklaringen vind ik het meest plausibel. Als je eenmaal het verkeer beheerst, is het best een saaie bezigheid. Er is niets aan om braaf voor het rode stoplicht te wachten en overal je netjes aan de snelheid te houden. Zeker voor snel verveelde jonge mensen als ik. Stukken leuker wordt het als je de grenzen van de regels opzoekt. Bovendien kies je er –in tegenstelling tot plekken buiten het verkeer- niet voor om met zoveel verschillende mensen tegelijkertijd je in het verkeer te begeven. Je kunt wáchten op voortvloeiende strubbelingen en irritaties, zowel bij mensen die te hard rijden of mensen die slechts 60 rijden op de snelweg. Ik heb het dan nog niet over mensen die te aarzelend rijden en hiermee voor verwarring, opstoppingen en ongelukken zorgen.

Mijn gedrag lijkt dus meer een logisch gevolg van dan een doelbewuste asociale actie. Maar ja, dan nog, rechtvaardigt dat mijn gedrag? Uiteraard niet, maar het zet asociaal rijgedrag wel in een breder kader en druist in tegen mijn ogenschijnlijke paradoxale aard.

Wat staat mij nu te doen? Jawel, ik ga proberen meer aan mijn mede verkeersdeelnemers te denken, maar dan moeten de te traag rijdende mensen en de niet besluitvaardige mensen ook hun rijgedrag verbeteren. Anders blijft het evengoed een tegenstrijdige bedoening.

Laatste andere artikelen van deze auteur

Co lumns

  • Afgelopen week zei een cliënt aan het einde van een training tegen mij, dat hij de training met mij eigenlijk niet leuk vindt. Sterker nog hij vindt dat wij allemaal vervelend doen. “Waarom nemen jullie me niet zoals ik ben?” “Waarom accepteren jullie me niet?” “Ik ben wie ik ben en jullie willen me maar steeds veranderen”. “Je weet toch…
    Lees meer...
  • Mijn beste vriend heeft een zomerdip, en is daarmee trendsetter. De bladen moeten gevuld worden, maar er gebeurt te weinig, en er zijn teveel bladen. We staan nooit meer in neutraal. Als alles zijn gangetje gaat, reken dan maar dat er iets goed mis is. Hij kijkt me aan met een blik van iemand die eigenlijk naar de dokter wil,…
    Lees meer...
  • Kunt u zich nog een wereld voorstellen zonder internet? We hebben het dan over een wereld waarin de informatie niet, al googelend, naar ons toekomt, maar wij zelf achter de informatie aan moeten.
    De internetrevolutie kent z’n weerga niet, maar het is wel een opvallend stille geweest. Geen schokgolven; het is geleidelijk geïnfiltreerd in het leven van alledag. En nu…
    Lees meer...

Tref woor den

Contact

Kenniscentrum Psychologie (KCP)
Voorstraat 437a
Dordrecht 3311 CT
contact@kenniscentrumpsychologie.nl
KvK-nr. 24409026/ BTW-nr. 81.75.63.623.B/
Rabobank 13.17.97.867