Print
19
juli

Ergonomische praktijken

Zit een ongeluk in een klein hoekje?
Het zou kunnen, maar dat kleine hoekje maakt dan wel deel uit van een samenloop van omstandigheden. Die omstandigheden zelf hoeven los van elkaar niet tot een ongeluk te leiden. Zodra de omstandigheden zich in de juiste volgorde afspelen wordt een ongeluk echter steeds waarschijnlijker en op den duur zelfs onvermijdelijk.


Onlangs verbleef ik met vrouw en dochter in Overijssel.

- Advertentie -

Plaats je CV op

VacaturesInDeGGZ.nl

. . .  dè Banensite voor de GGZ!


Wij hadden daar voor een week een huisje gehuurd op een rustig en klein vakantiepark. De provincie die zich – niet ten onrechte – aanprijst als ‘de tuin van Nederland’, is prachtig om te fietsen, wandelen en ontspannen. 
Ons huisje was in vroeger dagen blijkbaar in particuliere handen geweest. Zowel qua vorm als grootte week het namelijk nogal af van de standaardhuisjes. De woonkamer was aanzienlijk groter gemaakt en rondom voorzien van veel glas.
Lekker licht...
De vrije-tijdsarchitect had naast de deur twee vensters geplaatst. Deze waren even hoog en breed als de deur. In het Westland zou het niet misstaan. Zag er leuk uit...

Dit had, zo merkten we al snel, ook een nadeel: je had, als de deur openstond (deze scharnierde naar buiten) en even niet oplette, niet altijd het verschil tussen openstaande deur en de manshoge vensters in de gaten. In momenten van onbedachtzaamheid kon het dus wel eens gebeuren dat je dacht door de deur naar buiten te lopen en vervolgens je neus op een venster te stoten...
Gevolg: zowel mijn vrouw als dochter liepen enkele keren bij het naar buiten gaan tegen een venster op.
‘Moet je maar beter opletten’, sprak ik, de psycholoog en waarnemingsdeskundige van het gezin. Zoiets zou mij natuurlijk niet overkomen...
Het was al met al een week met veel, maar vooral zeer divers weer.
De dag voor vertrek konden we eindelijk gebruik maken van het terras. Helaas moesten we de volgende dag voor 10.00 uur vertrokken zijn, dus tussendoor moest ook ’t één en ander ingepakt worden.
Om dit eenvoudiger te maken hadden we de auto op een andere plek gezet, enigszins schuin op het looppad naar de deur.
Op zeker moment deed ik de binnenverlichting van het huisje aan.
Ik liep met de zoveelste reistas naar de auto, bekeek hoeveel ruimte er nog in de bagageruimte was, liep gedachtenloos terug naar het huisje en knalde vervolgens dwars door het middelste venster…

Van de impact zelf kan ik mij niet veel herinneren; vaag gerinkel van glas; de ontsteltenis in de ogen van m’n dochter; glasscherven overal om mij heen en vooral veel bloed. Het 'voordeel' van snijwonden is dat je er niet veel van voelt.
Wat nu te doen?
In panieksituaties kan ik gelukkig nogal kortaf zijn. Overlegstructuren en coaching hebben dan niet veel zin. Duidelijke instructies en adequate maatregelen zijn zinvoller: wonden afspoelen, met een kopjesdoek en keukenpapier het bloeden stelpen en wachten op de inmiddels gebelde ambulance die mij naar de Isala kliniek in Zwolle zal brengen waar men mijn verwondingen schoonmaakt, hecht en in flinke verbanden wikkelt.
Einde verhaal? Nee natuurlijk niet, want de waarnemingsdeskundige annex psycholoog wil zich maar al te graag revancheren. 
Wat ging er mis?
Om te beginnen deugde het ontwerp van de deurpartij niet.


Wie maakt er nou drie nagenoeg even grote vlakken zonder onderscheid tussen vensters en deur? Tel daarbij op dat de deur niet naar het midden scharnierde, maar weg van de vensters. Als de deur openstond waren er dus drie vrijwel identieke openingen. Twee daarvan bestonden uit glas en één vormde de daadwerkelijke deuropening. Overdag weerspiegelden de vensters de buitenwereld en was er van binnenuit geen onderscheid te maken tussen glas en deur, maar zodra ’s avonds de binnenverlichting aan was, gebeurde het omgekeerde.
Vandaar dat mijn vrouw en dochter overdag hun neus hadden gestoten bij het naar buiten gaan. Wat in hun voordeel werkte, was dat je binnen niet genoeg loopsnelheid kon ontwikkelen om door de ruit heen te lopen, omdat het meubilair in de weg stond.

De enthousiaste verbouwers hadden geen rekening gehouden met de eigenschappen van glas.
Zij hadden op drie manieren kunnen voorkomen dat vensters voor openingen aangezien zouden worden:

  • maak het venster zichtbaar door b.v. een afbeelding van een vogel, of matglanzend plastic op de ramen te plakken;
  • plaats de deur in het midden, zodat de opening altijd herkenbaar is door de deurlijst;  
  • zet een dwarsbalk in de manshoge vensters waarmee je aangeeft dat het om een venster gaat en niet een deuropening.

Al deze mogelijkheden gaan uiteraard ten koste van het uitzicht, maar scheppen wel duidelijkheid.


Dit alles had nog niet hoeven te leiden tot het brute einde van mijn vakantie. Daartoe waren nog een aantal bijkomende factoren nodig:

  • die middag hadden we voor het eerst gebruik gemaakt van het terras waardoor de aanlooproute naar de deur enigszins verlegd was;
  • we hadden de auto niet op de gebruikelijke plaats gezet vanwege het inladen, hetgeen tot gevolg had dat ik de ingang nu vanaf een andere kant benaderde;
  • om 22.00uur had ik het licht binnen aangedaan waardoor het glas de buitenwereld niet meer weerspiegelde en van buiten niet meer te onderscheiden was van de deuropening;
  • de afstand van de auto naar de deur was langer en er waren geen obstakels waardoor de loopsnelheid hoger was dan de loopsnelheid van binnen naar buiten;
  • omdat het terras enigszins opliep, bestond automatisch de neiging iets meer met het hoofd vooruit te lopen dan binnen, waar de vloer – uiteraard – vlak was; hierdoor raakte ik niet eerst met mijn neus het venster, maar met mijn voorhoofd (en zoals bekend komt dit aanzienlijk harder aan).

Terugredenerend valt dus te concluderen dat we te maken hebben met een keten van
gebeurtenissen. Hadden we de auto bijvoorbeeld op de gebruikelijke plaats laten staan, dan zou dit alles niet gebeurd zijn, omdat ik dan via de gebruikelijke route naar de deur zou zijn toegelopen.
Had ik het licht niet aangedaan, dan zou ik door de weerspiegeling van de vensters automatisch gewaarschuwd zijn.
Al met al blijft onverlet dat de fundamentele fout schuilt in het ontwerp van de ingangspartij. Was ík niet met m’n kop door het raam gelopen, zou dat ongetwijfeld iemand na mij gebeuren. Het hele scenario lag als het ware klaar.

Met enige goede wil zouden wij dit participerend-experimenteel onderzoek kunnen noemen.

Hoewel...voor experimenteel onderzoek heeft men uiteraard een tweede partij nodig. 

 

Co lumns

  • Wie is die belachelijke figuur die ik vrijwel iedere doordeweekse ochtend voor zeven uur door de straat hoor gaan op een motorfiets waarvan het uitlaatsysteem niet is ontworpen om geluid tegen te gaan, maar juist zoveel mogelijk decibellen te produceren? Een compleet stadsdeel verandert in oorlogsgebied. Mijn eerste slaapdronken reactie: een mitrailleur en neerhalen die idioot! Maar helaas, ik heb…
    Lees meer...
  • De afgelopen maanden hebben we er stevig op los gemopperd. Uiteraard over het meest besproken onderwerp: het weer. Het is een wonderlijk verschijnsel dat wij als seizoensmensen toch zo gevoelig zijn voor weersinvloeden.
    Lees meer...
  • Als knulletje was ik bezeten, om maar niet te zeggen stapel, van auto's. Geen merk of ik kende alle types, eigenaardigheden en prestaties. In mijn jeugd was het nog een overzichtelijke wereld op autogebied. Een BMW werd gewoon van voor tot achter in Duitsland gemaakt en een Citroën in Frankrijk. Die firma's stonden bovendien voor een bepaalde cultuur, geschiedenis en product.…
    Lees meer...

Tref woor den

Contact

Kenniscentrum Psychologie (KCP)
Voorstraat 437a
Dordrecht 3311 CT
contact@kenniscentrumpsychologie.nl
KvK-nr. 24409026/ BTW-nr. 81.75.63.623.B/
Rabobank 13.17.97.867