Controle: ik kan zonder!
Met die levensovertuiging vlogen mijn vriend en ik een paar weken geleden van Manaus naar Salvador.
We waren vaak genoeg voor zakkenrollerij gewaarschuwd. Toch is er altijd de gedachte, zoals bij vele onheilspellende gebeurtenissen, ‘dat overkomt ons niet’. Zolang je deze gedachte met enige regelmaat de revue laat passeren in je hoofd, ga je erin geloven. Die neiging heb ik iets meer dan mijn vriend, ware het niet dat ik meestal enige voorzorgsmaatregelen tref. Zoals gezegd doet mijn vriend dat altijd nét wat meer. Zo kijkt hij bijvoorbeeld 20 keer om bij het wandelen in een winkelstraat, op zoek naar zogenaamde ‘spacers’ (oftewel potentiële zakkenrollers), en is dit bij mij 5 a 10 keer. Ook bewaart hij geld op de meest ingenieuze plaatsen en doe ik dat meestal wat minder doordacht.
Ondanks de oplettendheid van mijn vriend was het op een gegeven moment raak. Na een hels taxi-ritje arriveerden we na middernacht op de plek des onheils. In eerste instantie waren we blij dat we er waren. De taxi-chauffeur had ons immers keurig voor de ingang van het hostel afgezet. Het was nu slechts een kwestie van aanbellen en naar binnen gaan. Dat bleek iets ingewikkelder dan gedacht. De eigenaar deed niet open. Aldus was de enige optie hem op te bellen. Terwijl mijn vriend dit deed, begon een willekeurige voorbijganger zich te bemoeien met ons. Hij bood aan tegen een kleine vergoeding op te letten voor zakkenrollers. Met een schuin oog negeerden we dit verzoek en concentreerden ons op contact krijgen met de eigenaar van het hostel. Ondertussen kwam er iemand anders aangelopen. Hij was van vergelijkbaar uiterlijk als de andere voorbijganger.
Een halve seconde later veranderde ik van een rustige vrouw in een trillend angstig wezen dat zich geen raad wist met zichzelf. Zeker als je normaal gesproken altijd ‘in control’ bent zoals ik, ben je op het moment van een beroving compleet panisch. Ondertussen probeerde mijn vriend mans te blijven, nadat hij ook nog op de grond gevallen was.
Het feit dat het een telefoon bedroeg, beïnvloedde het paniekerige gevoel amper. Immers, dat is vervangbaar. Nee, het feit dat de voorbijgangers op dat moment ALLES van je af konden pakken (inclusief mijn dagboek!) en je met wat voor middelen dan ook konden bedreigen of mishandelen was nog het ergste. (We hadden later gehoord dat een Nederlandse in de bus bedreigd was met een geweer!). De straten waren bovendien nu na middernacht verlaten, ijzig stil en zonder rijdende auto’s, dus waarom niet een stel blanke toeristen beroven van al hun waar? Het enige wat ons restte was hoop. Hopen dat iedereen ons met rust liet. Zowaar wierp ik een blik naar de hemel en begon in mezelf onze lieve Heer aan te spreken. Of Hij ons kon redden.
Na als gekken op de deur van het hostel te hebben geramd vervolgden we onze weg naar de dichtstbijzijnde politiepost. We hadden op de heenweg een aantal gezien hiervan. Als vluchtelingen voor een invasie snelden we langs duistere portieken en steegjes, her en der duistere mannen spottend. Waar waren die verdomde politieagenten nou? Jawel, na een aantal straten doorgelopen te zijn doemden ze op. Veilig! Gelijk deden we ons verhaal, maar aan de houding en blikken te zien van de politieagenten was dit dagelijkse praktijk en dus niet iets waardoor ze ons actief verder wilden gaan helpen of steunen. Ze draaiden zich nonchalant om en onze wanhoop begon weer te groeien. Immers, we moesten nog een slaapplaats zoeken. Een paar honderd euro voor een groot, duur hotel –dat als een van de weinigen op het tijdstip nog open zou zijn- wilden we niet.
We draaiden ons om door te lopen, en warempel!Alsof mijn gebed geholpen had: we bleken 20 meter van een leuk, groot hostel te zitten! Een druk op de bel en we waren gered. Thank god!
| < Vorige | Volgende > |
|---|

