“Misantrologieâ€
Eigenlijk heb ik gewoon een ontzettende bloedhekel aan mensen. Als ik eerlijk ben omschrijf ik mensen vaak als chimpansees die hun gevoel voor humor en speelsheid zijn verloren. Saaie, serieuze, bedachtzame en gesloten idioten zijn het. Kuddedieren met die eeuwige pretenties over vrijheid, onafhankelijkheid en individualiteit.
Ik haat mensen het meest met kerst. Dan waad ik mij in een winkelstraat vol koploze kippen die de zinloosheid van hun bestaan afkopen met gemaakte gezelligheid. Drie dagen doen alsof je je familie graag mag en drie dagen ontkennen dat het leed van de wereld je eigenlijk geen moer kan schelen. Op eerste kerstdag fiets ik altijd langs de afgeladen restaurants om de eerste psychische schade op te nemen: massa’s mensen die na een vreselijk dag beseffen dat er morgen nog zo’n dag komt, waarin je met een allerverklonterende kater, een iets te blije partner en 2 krijsende kinderen de hele dag door de Ikea mag rondstruinen, op zoek naar dingen die je helemaal niet nodig hebt.Ik kan ook niet tegen domme mensen die te dom zijn om dat zelf door te hebben. Van die lawaaierige banale bonobo’s die alleen maar lompe sexgrappen kunnen maken. Ik kan daar echt verdrietig van worden. Als ik al dat aangespoelde wrakhout dagelijks zie stuntelen, dan vraag ik me werkelijk af waarom ik psycholoog ben geworden.
Ik had de kennelijk wereldvreemde Carl Rogers dan ook graag willen vragen wat hij precies bedoelde met zijn ‘unconditional positive regard’. Meende hij werkelijk dat je cliënten onvoorwaardelijk moet accepteren zoals ze zijn? Heeft Rogers ooit zelf de ruimte gegeven aan zijn eigen menselijke emoties? Of heeft hij ons decennia lang bekneld met het idee dat je als therapeut geen kritiek mag hebben op je cliënten, laat staan op mensen in het algemeen...? Is het niet erg zinvol om een hekel te hebben aan mensen als je mensen wilt helpen? Nieuwe ideeën onstaan toch vooral doordat we kritisch durven te kijken naar onszelf?
Want uiteindelijk is alles projectie, die op haar beurt weer gebaseerd is op angst. Ik heb zo’n enorme hekel aan mensen omdat ik eigenlijk vooral bang ben om zelf te vervallen in domheid en middelmatigheid. Waarschijnlijk gebeurt dit nu al en reageer ik mijn onmacht en frustratie op deze manier af. Het is de angst om niet bijzonder te zijn, om te vervallen in laksheid, luiheid en burgerlijkheid. Het is het besef dat alles uiteindelijk zinloos is waarvoor ik probeer weg te lopen. Verpakt in een narcistisch maar doorzichtig jasje roep ik heel hard dat mensen domme egoistische kuddedieren zijn. Stiekem en heimelijk zit ik op kerstavond echter wel te snotteren als een wijf bij de All you need is love Kerstspecial. Eigenlijk ben ik dan jaloers op al die stelletjes en voel ik me stiekem best wel eenzaam. Eigenlijk gun ik het ze tegelijkertijd zo, die heerlijke verliefde mensen. Stiekem zou ik ze allemaal willen omhelzen. Bah. Val ik toch weer door de mand.
Je eigen menselijke emoties de ruimte geven is voor een therapeut de erkenning van zijn eigen bestaansrecht binnen de therapiekamer. Ieder mens heeft recht op zijn eigen stukje ruimte, en zijn eigen stukje introspectie. Als je je cliënten de volledige ruimte geeft ontneem je jezelf niet alleen het recht op het hebben van je eigen gedachten en gevoelens. Je misleidt je cliënten door klakkeloos te accepteren wat ze zeggen en neemt ze daarmee niet serieus.
Gijs.
Meer informatie over mij: www.denkwatjewilt.nl
{mos_fb_discuss:2}
| < Vorige | Volgende > |
|---|

