Zelfcompassie

Bangkok, half negen in de ochtend. Ik steek mijn bankpas in een van de vele geldautomaten op het vliegveld. Even pinnen, zo gepiept. Geen reactie. Geen pas terug. Geen geld.
Boem. Paniek. Wat nu? Geen cent, zelfs niet voor een flesje water. Godverdomme wat ben ik toch een sukkel. Zo heilig vertrouwen op de techniek dat je vergeet dat het ook mis kan gaan. Eikel.
Uitdroging in combinatie met een jetlag en een paniekaanval resulteert vervolgens in kilometers lopen op het vliegveld, verdwaasd, duizend vragen stellend aan mensen die geen Engels kunnen, en sowieso de complexiteit van geld niet begrijpen. Backpacker met een grote bek over vrijheid en onbevangenheid. Één kanibaliserende pinautomaat en daar sta je dan met je boeddhistische pretenties. Wat ben ik toch een enorme kutloser.
Spullen doorzoeken. Tien euro vinden, wat voelt als het vinden van de sleutel tot de zin van het leven. Netwerken. Nederland slaapt nog. Ontwaakt, gij ondergesneeuwde crisiskaaskoppen! Help!!
Een hele lieve vrouw die kennelijk vaker Hollanders in financiële en psychische nood aan de lijn heeft, blijkt mijn reddende engel. Pas geblokkeerd, over 6 uur komt er geld aan. Ze stelt me gerust en precies op dat moment vraag ik me af waarom ik dat een uur eerder zelf niet gedaan heb. Waarom verguis ik mezelf in tijden van nood, op die momenten dat ik júist een beetje extra steun van mezelf kan gebruiken?
De logica van de zorg die we verlenen aan de mensen om ons heen (partner, vrienden, ouders, kinderen, collega’s en ja, ook huisdieren) gaat vaak niet op als het om onszelf gaat. Daar waar we het volkomen normaal (logisch) vinden om anderen te helpen, daar verzuimen we vaak om steunend en liefdevol met onszelf om te gaan. De gemene en kleinerende manier waarop we onszelf bejegenen, daar lusten zelfs de honden geen brood van. Vaak behandelen we onze huisdieren dus nog beter dan dat we onszelf behandelen.
Tien euro is, naast een telefoonkaart, in Bangkok goed voor veel meer dan je op het eerste gezicht misschien zou denken. Ik drink water, lach om mezelf en besef dat ik dit niet slecht, en helemaal zelf heb opgelost. Ik bel mijn pratende piemelvergroter op en ben voor even weer bij mezelf. Ze luistert, geeft aandacht, is op het randje van legaal lief en zegt tussen het gapen door dat ze me mist. Ik zeg dat ik heb ontdekt dat ik haar, maar vooral ook mezelf even miste. Kon ik maar zijn voor mij hoe zij voor mij is, en kon zij maar voor zichzelf zijn zoals ik voor haar ben. Dat zou een hoop ellende op de wereld kunnen schelen.
-Gijs
www.act-opleiding.nl
| < Vorige | Volgende > |
|---|

