Vrijheid van meningsuiting als realitysoap
Het filmpje van Geert heb ik nog steeds niet gezien en inmiddels is het ook nog van het web gehaald, of juist weer op een andere site geplaatst. Wie het weet mag het zeggen. Bedreigingen door boze moslims. Geluk bij een ongeluk voor Geert. Daarmee komt het kwaadaardige karakter van de islam alsnog goed tot uitdrukking.
Want wat een tamme boel zeg, de vrijdag na de vertoning met al die beheerste reacties uit moslimkringen. Geert zelf die moslims complimenteert. Veel gekker moet het niet worden!
Nu heeft hij toch nog laten zien dat de vrijheid van meningsuiting bedreigd wordt door de islam. Zijn self-fulfilling prophecy is daarmee heel overtuigend bewaarheid.
Goed gedaan Geert.
Ga zo door.
Jami had het daarbij kunnen laten. Geloven is een privé-zaak. Niet-geloven trouwens ook.
Einde verhaal.
Maar nee, Jami werd een getuigend ex-moslim. Daarmee kreeg hij publiciteit en bekendheid. Dat smaakte blijkbaar naar meer. Zodoende kregen wij hem steeds vaker in het vizier op de kijkbuis. Hoe gaat dat? Iedere hypje wordt een hype. Iedere scheet die iemand in een min of meer openbare functie laat, onderwerp voor een gesprekje. Alleen niet te lang en te diepgravend graag. Dat is niet bevorderlijk voor de kijkcijfers. Daarnaast verveelt het snel als iemand steeds hetzelfde verhaaltje vertelt.
Jami werd zodoende een steeds afvalliger ex-moslim. Hij ontpopte zich als de stereotype; nee wat schrijf ik, het prototype; nee, erger nog: dé ultieme afvalliger afvallige beroeps-ex-moslim.
Ook goed.
De vrijheid van meningsuiting is er voor iedereen.
Nu was het ventje bezig met een tekenfilmpje. Het leven van Mohammed stond daarin centraal als ik het goed begrepen heb. De profeet zou o.a. verschijnen met een forse erectie onder z'n soepjurk, terwijl hij met een meisje van negen jaar aan zijn hand loopt.
Daar gingen een flink aantal moslims de humor niet van inzien.
Lekker pùh! Moet kunnen, vond Jami.
Vrijheid van meningsuiting.
Artikel 7.
Kijk maar:
1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
2. De wet stelt regels omtrent radio en televisie. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio- of televisieuitzending.
3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan het geven van vertoningen toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar regelen ter bescherming van de goede zeden.
4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing op het maken van handelsreclame.
Of je dan ook altijd tot op het gaatje gebruik moet maken van de vrijheid van meningsuiting ten behoeve van je eigen realitysoap is een andere vraag.
{mos_fb_discuss:2}
| < Vorige | Volgende > |
|---|

