Voer voor psychologen
Deze gevleugelde uitdrukking hoor ik nogal eens bezigen door cliënten in onze praktijk. Dan bedoelen zij steevast nooit zichzelf, maar doelen zij op anderen. Meestal anderen van wie zij last hebben. “Voer voor psychologen”dacht ik ook bij het lezen van een nogal bizar boek: ‘De nazi en de kapper’ van de Duits-Joods auteur Edgar Hilsenrath. Zelden zo’n scherp satirisch boek gelezen dat tegelijk een enorme aanklacht is en dat zo gelaagd is dat je het niet eenduidig in een genre kunt stoppen.
Twee jongens die op dezelfde dag worden geboren in het voor-oorlogse Duitsland. Een Duits jongetje met een Joods voorkomen en een Joods jongetje, blond met blauwe ogen. De jongens groeien samen op en zijn dikke jeugdvrienden. De Duitse jongen, Max, treft het niet met zijn ouders; moeder neemt het niet zo nauw met de zeden en wie vader is, dat weet niemand. Vijf verschillende ‘vaders’ komen ervoor in aanmerking, tot er tenslotte een stiefvader op het toneel verschijnt bij wie hij het, zacht uitgedrukt, niet best heeft. De stiefvader is net als de vader van de Joodse jongen, kapper. Max leert bij de ouders van Iztik, zijn Joodse vriend, het kappersvak en raakt zo vertrouwd met het Joodse leven, de religieuze rituelen, gebeden, feestdagen e.d.
Dan breekt de oorlog uit en Max wordt een nazi, een ss-er, een massamoordenaar die duizenden Joodse slachtoffers op zijn geweten heeft, inclusief zijn jeugdvriend en diens ouders. Na de oorlog weet hij te ontkomen, maar hij wordt jarenlang als oorlogsmisdadiger gezocht. Hij komt op de gekste plaatsen terecht, beleeft de gekste dingen totdat hij uiteindelijk de identiteit van zijn jeugdvriend aanneemt en met vele andere Joodse migranten naar Palestina vertrekt om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Niemand twijfelt aan zijn identiteit, en hij bouwt met succes een nieuw bestaan op. Tenslotte heeft hij zijn eigen kapsalon. Dan wordt hij gegrepen door de Joodse zaak en wordt hij een fanatiek strijder voor een vrije Joodse staat. Op die manier probeert hij iets goed te maken aan de slachtoffers die hij gemaakt heeft, hij stapt letterlijk in het leven, in de huid van Iztik. Dat houdt hij een levenlang vol, totdat hij op het einde van zijn leven aan een klant, een gepensioneerd rechter, opbiecht wie hij werkelijk is en wat hij gedaan heeft. Er volgt een bizar tribunaal in de kapsalon met als enige aanwezige de rechter en de misdadiger. De rechter denkt dat hij gek geworden is, en speelt het ‘spelletje’ mee, Max wil een straf die recht doet aan zes miljoen Joodse oorlogsslachtoffers. Helemaal op het einde van het boek, wordt duidelijk waaruit die straf bestaat.
Schokkend, bizar, vlijmscherpe satire, goed en kwaad, geweten en gewetenloosheid, het zit allemaal in dit verhaal. Soms lopen de rillingen je over de rug. Ik heb het in één adem uitgelezen en kan er maar één ding over zeggen: Voer voor psychologen!
| < Vorige | Volgende > |
|---|

