Vakantiegevoel
Na een verblijf op een wonderschoon eiland in het Mediterrane gebied ben ik met frisse moed en uitgerust weer aan het werk gegaan. Maar ik hou graag het vakantiegevoel nog even vast en ik koester mijn bruin geworden velletje dat met de magere zestien graden van het Hollandse weer snel zal verbleken. Ik hou ook graag nog even vast aan het Mediterrane levensritme om te voorkomen dat de stress al te snel weer toeslaat en de hectiek van alledag de agenda (te) snel weer laat vol lopen. Wat onthaasten betreft kunnen we wat leren van de Zuid-Europese mens, ofschoon zij door de felle zon vaak wel gedwongen worden het rustig aan te doen. Overigens kunnen wij van hen ook een historisch besef leren, iets wat wij hier in den lande vaak met onverschilligheid afdoen als iets wat onbelangrijk is.
Het eilandje waar ik verbleef heeft een rijke historie van ridders. De vestingen en burchten getuigen er van. Het hele eiland zindert ervan. De kerken herbergen vele graftomben waar de koene ridders in begraven liggen en inde souvenirwinkels houden ze de herinnering levend door een bonte uitstalling van blikken, houten en glazen ridders in alle maten en prijsklassen; de bedoeling is dat de toerist er gretig van afneemt. Zouden ze er schaakstukken van hebben, dan was ik vast voor de verleiding bezweken, maar helaas, dat hadden ze nou net niét. De kust van dit eilandje is, op een enkel stukje strand na, dat dan ook trots de mooie naam “Golden Bay” heeft gekregen, een rotskust vol met grotten. Met een rubberbootje kun je erin varen en als je het treft krijg je een gids mee die levendig vertelt over de zeerovers die vanuit die grotten de zeilschepen in de gaten hielden om ze tijdig te enteren, te plunderen, en de bemanning gevangen te nemen om hen later in Algiers te verkopen als slaven. Wij troffen zo’n gids, die deze verhalen van 400 jaar geleden kon vertellen alsof hij er zelf bij geweest was. Je was zelfs opgelucht als je ongeschonden de grot weer uit kwam. Een boeiend eiland met boeiende eilanders.
Eén nadeeltje hebben zij: hun keuken. Die is op Engelse leest geschoeid en Engeland staat nu eenmaal niet bovenaan de lijst van culinaire hoogstandjes. Een eenvoudige salade wisten de eilanders zelfs nog te verprutsen. Daar staat tegenover dat hun vis altijd vers is en zelfs smakelijk toebereid. Hun nationale gerecht echter is konijn. Nee, ik heb het niet gegeten. Sinds Youp van ’t Hek zijn liedje Flappie introduceerde hebben konijntjes een gezicht en iets wat een gezicht heeft dat éét je niet. Ach, dat mooie island in the sun…graag was ik er nog een poosje gebleven, maar de plicht roept, de agenda is alweer gevuld en vanaf de kast houdt een koen riddertje van blik de wacht en zorgt ervoor dat het vakantiegevoel nog even niet verdwenen is.
| < Vorige | Volgende > |
|---|

