Print
25
nov

Trots op Nederland(se) journalisten

Het woord trots vervult mij gewoonlijk met nare associaties. Zeker als het om een land of volk gaat. Legers paraderen dan ongevraagd in mijn fantasie voorbij. Nationalistische leuzen worden gescandeerd en uit trompetten schallen drie tonen in een dwingende cadans. Trommels roffelen en achter de muziek lopen allereerst de bruinhemden, gevolgd door de menigte die graag mee marcheert.  Het is feest. De parade kan beginnen. En dan rellen. De spanning stijgt ten top. En dan het optreden van de ordetroepen. Er vallen klappen. Iemand sneuvelt in de strijd. Het is een held. In het journaal zien we onszelf terug, keer op keer. We maken het nieuws. We hebben invloed. En we waren erbij.

Afgelopen vrijdag liepen mijn metgezel en ik, omdat we de middag moesten doorbrengen in Den Haag, uit verveling de Tweede Kamer in, in de hoop dat er een spannend debat te volgen zou zijn van de Tweede Kamer. Helaas was dit niet het geval. Wel vond aan de overkant het openbare verhoor van de onderzoekscommissie Onderwijsvernieuwing plaats. Dus dan maar daar heen. Na uitgebreid gefouilleerd te zijn konden wij doorlopen naar de vergaderzaal en namen plaats op de publieke tribune. Tot onze verbazing waren wij de enige burgers. De paar mensen die er al zaten leken ons journalisten te zijn. De gezichten stonden strak. Er werd hard gewerkt. Een zevental commissieleden stelde vragen aan twee heren die  op de rug te zien waren. Het was voor ons moeilijk verteerbare kost. De ene afkorting na de andere buitelde over ons heen. De portier had ons al meewarig aangekeken en gewaarschuwd. “Het zal saai zijn”. Vervolgens waren we door de beveiliging net zo zwaar gescreend als tegenwoordig op Schiphol gebruikelijk is.

Verontwaardigd over de ontoegankelijkheid van de verhoren zei mijn metgezel dat het niet zo verwonderlijk is dat geen burger zich meer betrokken voelt bij de politiek, die ons toch zou moeten vertegenwoordigen en  op zijn minst, toegankelijk taalgebruik zou moeten bezigen om door ons,  “het volk” gecontroleerd te kunnen worden. Zaterdag, in de Volkskrant, lazen wij de strekking van wat de dag ervoor was gezegd.

En ineens begreep ik dat ook ik trots ben op Nederland.  Zonder de journalistiek is de politiek dood. Ik ben deze week dan ook vooral trots op onze journalisten van de Volkskrant.
Lieden als Poetin, die de media naar hun hand zetten, zouden vrij spel hebben als de media net als in Rusland niet onafhankelijk zouden berichten. En ook Nederlandse politici neigen er steeds vaker toe, de media niet teveel ruimte te willen veroorloven, tenzij het henzelf past. Omdat dit hun beperkt in hun nationalistische streven. Trots op Nederland. Bah.

Caeciel Dothee

{mos_fb_discuss:2}

 

Co lumns

  • Afgelopen week zei een cliënt aan het einde van een training tegen mij, dat hij de training met mij eigenlijk niet leuk vindt. Sterker nog hij vindt dat wij allemaal vervelend doen. “Waarom nemen jullie me niet zoals ik ben?” “Waarom accepteren jullie me niet?” “Ik ben wie ik ben en jullie willen me maar steeds veranderen”. “Je weet toch…
    Lees meer...
  • Aan de post-coïtussigaret bewaar ik goede herinneringen. Tijdens het roken daarvan staan blijkbaar alle zintuigen op scherp, waardoor de prettige effecten van de nicotine zich ten volle doen gelden. Misschien is naaktroken ook prikkelender dan roken met spijkerbroek en overhemd aan. Wie zal het zeggen? Temidden van alle opwinding en ontlading vormde het in ieder geval een prettig rustpunt en hield…
    Lees meer...
  • De t.v. kijkt de laatste tijd veel te vaak naar mij. Hierdoor krijg ik veel te vaak ongewenst virtueel bezoek van de meest vreselijke mensen. Ik weet heel erg zeker dat ik hier helemaal niet goed mee om kan gaan. Dit weet ik door de intrusies over Hele Vreselijke Dingen die ik erbij fantaseer als de t.v. weer eens iets…
    Lees meer...

Tref woor den

nederlandse

Contact

Kenniscentrum Psychologie (KCP)
Voorstraat 437a
Dordrecht 3311 CT
contact@kenniscentrumpsychologie.nl
KvK-nr. 24409026/ BTW-nr. 81.75.63.623.B/
Rabobank 13.17.97.867