Tot in de eeuwigheid
Zo maar een zondagavond ergens in Brabant. Op een gemoedelijk salsafeestje is het erg gezellig. De mensen lachen, de muziek is goed en ik verkeer in goed gezelschap. Ik sta aan de kant even uit te rusten en naar de kunsten van de anderen te kijken als de muziek plotseling stopt. Dat is vreemd en gebeurt meestal als er een optreden of iets anders wordt aangekondigd. In dit geval niet. Ineens stroomt iedereen naar één bepaald punt op de dansvloer en lijkt zich ergens over te buigen. Nieuwsgierigheid maakt zich van iedereen meester en al snel gaat het door de hele zaal dat er iemand onderuit is gegaan. Tussen vele benen door zie ik een man op de grond liggen terwijl er een poging wordt gedaan om hem aan te spreken. Hij blijkt niet te reageren en het volgende moment begint één van de aanwezigen met reanimatie. Het is een bizar gezicht hoe er voor het leven van de man wordt gevochten.
Meerdere mensen grijpen naar hun telefoon en na een minuut of vijf, terwijl wij als verdoofd met de hand voor onze mond staan toe te kijken hoe de reanimatie eindeloos lijkt voort te duren, arriveert de politie en vlak daar achteraan het ambulancepersoneel. De sfeer in de feestelijk versierde zaal is ijskoud en gespannen. Iemand uit mijn gezelschap zegt dat het wel een mooie manier is om te gaan, al dansend. Hij zou er voor tekenen. Het zet me aan het denken, zoals dit soort bizarre, onverwachte en trieste gebeurtenissen je vaak aan het denken kunnen zetten.
Irvin Yalom, de bekende groepspsychotherapeut en schrijver, laat in zijn boek ‘De Schopenhauerkuur’ zijn hoofdpersoon (ook groepstherapeut) nadenken over zijn eigen naderende dood. Overvallen door paniek spit de hoofdpersoon in een nachtelijke escapade zijn boekenkast door waarbij hij belandt bij Aldus sprak Zarathoestra van Nietzsche. Wat hem op dat moment het meeste treft in het boek is de boodschap van Nietzsche dat we ons leven zó moeten leiden dat we bereid zouden zijn hetzelfde leven tot in de eeuwigheid te herhalen. Die passages staan sinds het lezen ervan ook in mijn geheugen gegrift en ik doe verwoede pogingen om vanuit dit perspectief mijn keuzes in het leven te maken. En op deze aanvankelijk zo gezellige avond ergens in Brabant komt dit alles toch ineens wel weer erg dichtbij.
De hoofdpersoon uit ‘De Schopenhauerkuur’ is aan het einde van het boek, en tevens zijn leven, tevreden over zijn leven en zijn bezigheden. Hij geniet zo van zijn werk als therapeut dat hij dat tot in de eeuwigheid zou kunnen voortzetten. Hij ziet hoe zijn cliënten zelf worstelen om hun leven zo in te richten zodat ook zij met een gerust hart tot in de eeuwigheid hun bezigheden kunnen voortzetten en dat is een mooie taak van ze, maar ook van de therapeut om hen op die manier met hun leven bezig te laten zijn.
Als ik ’s avonds in bed lig en de gebeurtenissen van de avond nog eens overdenk, kan ik gelukkig constateren dat ik mijn leven toch behoorlijk lang en misschien wel tot in de eeuwigheid zou kunnen voortzetten. Mooi werk, lieve vrienden, een prettige familie en het prachtige salsa. Inderdaad, het is een mooie manier om al dansend het leven te moeten laten voor wat het is en op die manier de eeuwigheid in te stappen.
{mos_fb_discuss:2}
| < Vorige | Volgende > |
|---|

