Targets
Er stapt een man de spreekkamer binnen. Strak in het pak, Italiaanse snit, overhemd met bijpassende design stropdas, glanzend gepoetste schoenen, om en nabij 38 jaar, zorgvuldig gekamd haar, blozend, fris geschoren gezicht waarin vermoeide ogen staan. Voordat hij gaat zitten legt hij twee GSM-etjes op de tafel waarvan er prompt één begint te rinkelen. Hij verontschuldigt zich, neemt op, spreekt wat onverstaanbaars, en gaat dan eindelijk zitten. Ik heb ruim de tijd om hem te observeren. Type turbo-manager schatte ik in, werkweek van tachtig uren of meer, dik salaris met bonus, dure vrouw, dure auto van de zaak en twee kids op de achterbank met de nieuwste videogames. Een zelfbewust type. De meeste mensen die voor de eerste keer komen zijn wat nerveus of aarzelend, zo niet deze man. Althans, die indruk wekte hij. Ik ben benieuwd waar hij voor komt. “Sorry, dat was voor mijn werk” verontschuldigt hij zich als hij mij naar zijn mobieltjes ziet kijken. Kunnen die dingen niet uit? “Ik moet standby zijn, we zijn bezig met een belangrijke transactie, er hangt veel van af” Ik zit klaar met mijn papieren om aan de intake te beginnen en om een ingang te hebben vraag ik hem naar zijn werk. Domme opening natuurlijk en zeker bij deze man, want hij zit meteen op zijn praatstoel: “Ik zit in de ICT. Informatietechnologie, dat is onze core competence, naast hebben we wat losse projecten. Ik ben hoofd business development en moet mijn targets halen. Maar de bovenlaag is out of control, altijd driehoeksoverleg, mijn leidinggevende zit nogal eens op een twee sporenbeleid en komt steeds met andere action points. Ze hebben een go-no go beleid en ik krijg dan weer de damagecontrol op mijn desk zo van ‘los jij het maar op’ snapt u wel?” Ik snap helemaal niks, waar hééft die man het over? “U heeft het vast heel druk daarmee?” gok ik op goed geluk.“Ja, het is een drukke job, altijd van huis weg, maar er zijn wel taken deliverable, dan kan ik me bezig houden met mind mapping” De man gaat zo nog even door. Wil hij imponeren, is hij zwaar overspannen of heb ik te maken met een workaholic die zó vergroeid is met zijn werk dat hij zich niet meer realiseert dat een gewoon mens deze turbotaal niet verstaat? Het lijkt wel een robot. Het type mens dat is verleerd zich te verwonderen. Of misschien het type mens dat zich strak vasthoudt aan de ankers van zijn werk omdat anders het leven chaos voor hem zou zijn. Iemand die huiverig is voor de eigen innerlijke belevingswereld. Ik besluit, om het in zijn terminologie te zeggen, to the point te komen en vraag naar de reden waarom hij hier komt. Ik zie dat hij volledig moet omschakelen. Zijn werk, dat is bekend terrein, daar kan hij vlot over praten, zij het in onbegrijpelijke termen, maar zijn problematiek, dat is andere koek, dat kost hem beduidend meer moeite. Zo zelfbewust als hij binnenkwam, zo onzeker wordt hij nu. “Ja, u zult het wel gek vinden, maar ik slaap de laatste tijd slecht en ik droom zo raar. Ik slaap maar een paar uurtjes, en sta doodmoe op. Maar ja, ik moet wel ’s morgens naar mijn werk, ik moet mijn targets halen, anders vlieg ik eruit” Ik vroeg hem naar zijn achtergronden, zijn leefstijl, zijn zorgen, zijn angsten, het viel hem moeilijk om over zijn persoonlijke leven te spreken, maar we kwamen toch een heel eind in de goede richting. Tot een van zijn mobieltjes begon te rinkelen. Zonder te aarzelen nam hij op, zichtbaar opgelucht om even te kunnen ontsnappen. Saved by the bell zogezegd. Een man die gehaast en opgejaagd door het leven gaat. Hij vergeet te léven! dacht ik terwijl ik wachtte tot hij klaar was met zijn telefoon. “Meneer, kom eens down to earth” zei ik tegen hem, ik dacht: laat ik hem maar in zijn eigen taal aanspreken, “begin nou eerst eens om die mobieltjes thuis te laten als u hier komt, want dat is erg storend in het gesprek.”
“Dat is waar,” zei hij, “Sorry. Is het al tijd?” “Bijna”, antwoordde ik, en ging verder met de intake tot de tijd ruim om was. Hij keek ongeduldig op zijn horloge. “Hoe lang duren deze sessies eigenlijk?” vroeg hij. “Drie kwartier” zei ik. “O, dan bent u ruim over de tijd heen gegaan” zei hij een beetje terechtwijzend. Een man die efficiënt met de klok omgaat. Hij wilde zijn zelfbewustzijn niet in deze kamer achterlaten. “Dat moet u niet doen hoor, anders raakt u overwerkt, het zal niet meevallen de hele dag de problemen van anderen aan te horen”
Ach, opeens zag ik een straaltje menselijke warmte doorschemeren. De mens achter de manager. Een goed begin. En hij had gelijk, we moeten ons aan de tijd houden. Maar ja, soms moet je wat langer tijd investeren want zeg nou zelf: tenslotte moet ik óók mijn targets halen nietwaar?
| < Vorige | Volgende > |
|---|

