Als ik gevuld ben met twijfels over wie ik ben, wat ik doe en waar het heen gaat met mijn leven, ga ik altijd aan de Waalkade zitten, bij een ondergaande zon. Nijmegen is wat dat betreft het Barcelona van Nederland. Het natuurschoon dat je hier vindt is dusdanig indrukwekkend dat je niet anders kunt dan je erover verbazen, waardoor je je zorgen voor even kunt vergeten.
Gisteren echter lukte mij dit niet. Ik bleef maar wikken en wegen en vond zelfs dat de zon mij in de steek liet door zo genadeloos prachtig in het water te verdwijnen. Daar zat ik dan; alleen en zonder antwoorden op de vele vragen die mijn gemoedsrust op de proef stelden. M’n hoofd voelde als een pinpongbal die razendsnel van het ene naar het andere uiterste vloog. Alleen zijn was wel even goed, of was het beter om nu toch een vriend te bellen? Hoe voelde ik me eigenlijk? Was ik eenzaam, verlangde ik naar liefde, was ik aan het dromen of vond ik het eigenlijk wel best zoals het nu ging? Was ik te bang om toe te geven dat ik een beetje steun op dat moment eigenlijk best goed kon gebruiken, of was dit juist een statement van een jongvolwassen man die bij deze zijn onafhankelijkheid bevestigde, door dit stilzwijgend te vieren met Moeder Waal? Mijn hoofd werd het maar niet eens met zichzelf. De zon was nu echt vertrokken en ik keek hem jaloers na. Hij is in staat om de hele wereld in één dag te overzien, terwijl ik nieteens weet waar ik precies heen wil; wat ik zoek, waar ik dat kan vinden, en of ik slim en sterk genoeg ben om die lange weg daar naartoe te gaan volgen. De tweestrijd is enorm en het lijkt wel of er continu iets ontbreekt. Als ik alleen ben wil ik niet alleen zijn en als ik op een feest ben hunker ik naar rust en stilte.
In gedachten zwaai ik de zon uit en wil ik opstaan. Naar huis, naar de plek waar alles voorspelbaar is en waar ik dus de rust vind die ik nodig heb, om vervolgens weer te concluderen dat het leven eigenlijk best wel saai is zo, en dat ik eigenlijk behoefte heb aan meer spanning, aan onverwachte spontane momenten waarin ik ineens hele gekke dingen ga doen, die ik dan later trots aan mijn vrienden kan vertellen. Ik wil opstaan en zie ineens de witte vertegenwoordiger van de zon in de lucht prijken. Ik besef dat ik de maan zie, en vooral dat ik hem zie doordat de zon daar nog ergens moet schijnen. De ultieme synergie tussen de verschijnselen ‘licht’ en ‘donker’. Tegenpolen die elkaar blijken te verstaan, in plaats van dat ze elkaar continu tegenspreken. Op dat soort momenten voel ik altijd twee soorten emoties: ontzag en onzekerheid. Ontzag vanwege de briljante eenvoud waarmee de natuur in staat blijkt te zijn om tegenpolen te laten samenwerken; onzekerheid omdat ik besef hoe slecht ik daar zelf toe in staat ben. In de natuur houdt alles zichzelf in evenwicht en is er een continue golfbeweging die tegenpolen met elkaar verbindt. Zelfs als het donker is, speelt de zon dus nog steeds een belangrijke rol, door via de maan zijn invloed uit te oefenen op verschillende natuurlijke processen, zoals het maken van golven in de zee en het activeren van nachtdieren. Ik neem genoegen met het idee dat de zon mij niet volledig in de steek gelaten heeft, en besluit nog even te blijven zitten. De dubbelheid van alles intrigeert me al zolang ik me kan herinneren. Vrijwel alles heeft een keerzijde. De onzekerheid die ik voel heeft te maken met het feit dat ik zelf altijd zo worstel met alles. Als ik naar de zon en de maan kijk lijkt het zo simpel, maar in mijn eigen leven stapelen de tegenpolen zich op en lukt het me maar niet om een dergelijke synergie te creëren tussen de dingen die ik wil en de dingen waar ik bang voor ben. Meestal zijn wat ik wil en waar ik bang voor ben overigens precies dezelfde dingen. Ik ben graag alleen, maar ik ben ook bang dat ik altijd alleen zal blijven. Ik heb grote ambities, maar ik ben ook bang dat ik deze niet waar kan maken. Misschien is dit wel het ultieme doel dat psychologen moeten nastreven en misschien is dat ook wat wij in de praktijk vooral proberen te doen: tegenpolen verbinden. We zouden voor het bedenken van nieuwe methodieken daarbij letterlijk terug moeten gaan naar de natuur. We pretenderen met al onze kennis de wereld naar onze hand te kunnen zetten, terwijl we merken dat we niet in staat zijn om psychologische thema’s als liefde en angst volledig te laten samensmelten. Vanavond krijg ik weer gratis college aan de Waal en zal ik vol ontzag en onzekerheid kijken en luisteren naar mijn grootste leermeester.