Supermensen
Als stagair keek ik enorm tegen hem op. Hij was zo’n ongenaakbare therapeut; iemand naar wie je alleen maar kon luisteren omdat je wist dat hij alles beter wist dan jij. Als ik naast hem zat voelde ik mijn eigen onervarenheid. Nooit durfde ik hem een persoonlijke vraag te stellen. Ik was bang dat hij dat op zou vatten als een poging van mijn kant om hem te doorgronden, wat ik als broekie natuurlijk niet hoefde te proberen. Hij was de baas en ik mocht van hem leren. Duidelijk en terecht, want hij had immers een klinkend antwoord op alle vragen die ik stelde.
Een paar weken na mijn stage vertelde de Albert Verlinde van de GGZ Nijmegen mij het vreselijke nieuws. Ik geloofde het niet en ging uit van een misverstand. Hij? Uitgesloten!
Maar het was waar. De man die het zo vreselijk goed kon overbrengen kon het zelf kennelijk niet. De man met de voorbeeldfunctie bleek zelf het lijdend voorwerp te zijn van al die perfecte therapeutische interventies die hij deed. Één van de beste psychologen die ik kende was er niet meer.
Frappant dat iedereen de grootste moeite had om het beestje bij de naam te noemen, door te zeggen dat hij zelfmoord had gepleegd. Niemand (inclusief ikzelf) kreeg dat zijn mond uit, en zelfs nu, jaren later, heb ik er moeite mee. En dat terwijl het ons vak is om open met onze cliënten over suïcidaliteit te praten. Toen het om ‘één van ons’ ging, werd dit ineens een taboe. We schaamden ons collectief omdat we het niet hadden zien aankomen. Achteraf zagen we wel symptomen, maar hadden we die niet allemaal af en toe? In een nest vol psychologen was er niemand die zag dat hij het niet meer zag zitten.
Onvermijdelijk is de discussie over de menselijkheid van therapeuten. Mogen wij binnen het huidige systeem ook mens zijn, of is dat alleen maar een hele mooie belofte op papier? In de praktijk heb ik binnen de GGZ nog nooit ervaren dat er ruimte is voor je eigen zorgen en verdriet.
Is 7 cliënten per dag wel goed voor de psychische gesteldheid van hulpverleners? Moet er niet standaard een mogelijkheid zijn voor therapeuten om hun eigen hart te kunnen luchten, door een uur per week vrij te maken voor een persoonlijk gesprek met een vertrouwenspersoon?
Wat moet er gebeuren voordat het huidige systeem echt ontploft? Moeten therapeuten massaal hun ‘cry for help’ gaan uitschreeuwen, zodat we als individuen niet meer bang hoeven te zijn om onze ongenaakbare reputatie als allesweter te verliezen? Welk geschut is er nodig om onze ivoren torens af te kunnen breken? Mogen wij de fouten die onze cliënten maken niet zelf maken? Dat is als een dokter die geen griep mag hebben.
We worden geconditioneerd om hulp te verlenen, niet om hulp te vragen. Omdat we helpers zijn hoeven we niet geholpen te worden. Dat kunnen we immers prima zelf. Dat dit niet klopt blijkt uit het feit dat zelfs de beste hulpverleners vaak niet weten hoe ze hun eigen leven moeten leiden. Doordat we de ongenaakbare reputatie hebben dat we alles weten, voelen mensen zich niet geroepen om ons te helpen als wij het zelf een keer moeilijk hebben.
Het wordt dus tijd dat we gaan schreeuwen. De laatste keer dat ik vroeg of iemand me wilde helpen lag ik met een open wond op straat. De rest kan ik zelf wel. Daar heb ik toch voor gestudeerd? Maar psycholoog zijn betekent nog niet dat je daarmee ook een Supermens bent. We lopen met z’n allen heel erg stoer te doen, maar zijn we dat ook? We prijzen onze cliënten voor het zoeken van hulp. Wie van ons durft toe te geven dat hij zelf ook wel wat hulp kan gebruiken? Jij eerst.
{mos_fb_discuss:2}
| < Vorige | Volgende > |
|---|

