Stop it!
Heel veel mensen noemen zichzelf een perfectionist. Ze zijn nooit tevreden met zichzelf, het moet altijd meer of beter. Wanneer een doel gehaald is wordt de lat weer een stukje hoger gelegd, want het kan béter, het moet perfect. Onherroepelijk kom je dan op een punt dat de lat zo hoog ligt dat je er niet meer overheen kunt. Dan ligt de bevestiging van een diep van binnen sluimerende maar altijd aanwezige overtuiging op de loer en die drááit je dan ook een loer: zie je wel, ik kán niks, ik stel niks voor. Onder een te hoge lat ligt een poel van faalangst waar je onherroepelijk in valt wanneer het altijd méér, of béter moet, wanneer goed nooit goed genoeg is.
Je mag het beste in jezelf naar boven halen, je mag best eisen aan jezelf stellen en je best doen, maar zorg dat je doelen haalbaar zijn! Ken je grenzen en stel je grenzen.
Wanneer mensen wérkelijk perfectionistisch zijn ingesteld en steeds in hun valkuil terecht komen omdat ze echt te hoge eisen aan zichzelf stellen met alle gevolgen van dien, dan is dat voor hen een serieus probleem waaronder zij lijden.
Maar het gebeurt ook wel dat mensen zich weliswaar perfectionistisch nóemen, maar dat eigenlijk helemaal niet zijn. Dat zijn mensen die ofwel verongelijkt zijn (er sluimert boosheid onder de laag van perfectionisme) , of ze zijn de weg een beetje kwijt. Vaak zijn dat mensen die van zichzelf zeggen dat ze erg sociaal zijn. En hier stuiten we op een probleem: hoe wordt ‘perfectionistisch’ gedefinieerd? En wat wordt bedoelt met: “Ik ben sociaal”? Met zo’n term kun je niks, een mens is per definitie een sociaal wezen, niemand is een eiland. Men bedoelt dan meestal dat zij degene zijn die attent zijn, collegiaal, alles voor anderen overhebben, nooit aan zichzelf denken, sterker, zichzelf wegcijferen, nooit ‘nee’ zeggen en dáár hebben we de boosheid te pakken: hij of zij krijgt niet terug wat hem of haar toekomt, de investering heeft niets opgeleverd. Begrijp me niet verkeerd, er zijn mensen die dat heel terecht zeggen, subassertieve personen of mensen met een sociale fobie, mensen die niet voor zichzelf kunnen of durven opkomen. Over die groep van mensen heb ik het niet, ik heb het over mensen die zichzelf slachtofferen en daar op een of andere manier winst uit halen. Er zijn er vele.
Als ik zo iemand hoor dan bekruipt mij altijd de gedachte: als iedereen nou wérkelijk alles voor anderen overheeft en wérkelijk zo attent is naar de medemens, waarom is het dan zo’n zootje in onze maatschappij en waarom is er zoveel hufterigheid? Op youtube staat een filmpje van Bob Newhart, een Amerikaanse komiek. Hij persifleert daarin de psycholoog en geeft de cliënte die voor hem zit op al haar klachten slechts één advies: Stop it!
Mensen die zich perfectionistisch noemen, maar in feite de weg een beetje kwijt zijn, is een ander type mens. Ik kom ze nogal eens tegen onder jong volwassenen. Sommige mensen, je ziet dat met name bij vrouwen, hebben altijd het alziend oog of soms de scherpe tong van hun moeder nog op hun schouder. Ze zijn altijd op zoek naar de goedkeuring van moeder en zélfs als moeder er niet meer is, willen zij het in de ogen van moeder goed doen. Een vrouw die het wat dat betreft niet getroffen heeft met haar moeder omdat moeder altijd en overal commentaar op gaf, heeft daar meer last van dan de dochter die een moeder heeft die haar steunt en bevestiging geeft. Niettemin zoekt ook die dochter levenslang naar goedkeuring.
Een jonge moeder verscheen in de spreekkamer. Zij vertelde dat ze moe was en altijd bezig met haar huishouden. Ze had twee jonge kinderen die de hele dag door rommel maakten, ze had er de handen vol aan. Al haar energie ging eraan met het opruimen en poetsen want haar huis moest er piekfijn uitzien, de bedden opgemaakt, er mochten geen onverwachte vette vingertjes op de glasplaat van de salontafel staan, geen rondslingerende was in de badkamer, de kasten moesten keurig opgeruimd zijn, er mocht geen speelgoed over de grond verspreid liggen en ook geen vertrapte bloemen in de tuin. Dat laatste deed de hond. Die ook nogal eens modderpoten op haar tapijt zette zodat ze ook dat weer moest schoonmaken. Arme kinderen, dacht ik bij mezelf, die krijgen de kans niet om te léven.
“Waarom wil je dat je huis er alle dagen zo piekfijn uitziet?” vroeg ik.
“Nou, er kan altijd onverwacht bezoek komen en ik wil niet de indruk wekken een sloddervos te zijn. Als er troep ligt zullen ze wel denken” antwoordde ze.
“Wie zijn ‘ze’ en wat zullen ze dan denken?”
“Nou, dat ik geen goede moeder ben” vreesde ze.
Ah, hier was ze dus de draad kwijt. Voor haar stond een piekfijn opgeruimd huis gelijk aan goed moederschap.
“Wat is goed moederschap? Als jij bij een vriendin op bezoek gaat, kijk jij dan of haar huis wel netjes is opgeruimd en zo ja, is zij dan een goede moeder?” vroeg ik haar.
“Nee, daar kijk ik helemaal niet naar, ik kom voor háár”
“Precies! En denk je dat anderen niet voor jou komen, maar om te inspecteren of je huis wel schoon is en of je wel een goede moeder bent? Je legt dus voor jezelf andere maatstaven aan dan voor anderen?”
“Ja, als je het zó zegt. Dat klopt wel eigenlijk”
“Wat betekent het voor jou, een goede moeder zijn? Wat wil je je kinderen meegeven?”
“Ik wil dat ze een fijne jeugd hebben. Ik wil er altijd voor ze zijn”
“En ben je er altijd voor ze? Heb je tijd om met ze te spelen, om naar ze te luisteren, om met ze de eendjes te gaan voeren?”
“Dat zou ik graag willen, maar ik kom er gewoon niet aan toe, ik ben áltijd bezig met het huishouden, dat vraagt zoveel tijd”
“Denk je dat je kinderen later zullen zeggen dat ze een fijne jeugd hebben gehad omdat hun onderbroekjes altijd zo netjes opgestapeld in de kast lagen? Staan ze te juichen als ze uit school komen, ha fijn, wát een schoon huis? Als je een gezin hebt met jonge kinderen zul je wat soepeler moeten zijn, kinderen willen spelen, ze willen geen moeder die altijd poetst en daarom geen tijd voor ze heeft, ze willen lol hebben, pannenkoeken bakken met hun moeder, ravotten, naar de kinderboerderij en vriendjes over de vloer”
Ze knikte nadenkend. De tijd was om.
De daarop volgende sessie zag ze er een stuk beter uit dan de laatste keer.
“Weet je” zei ze, die opmerking van jou dat ze niet op een fijne jeugd zullen terugkijken omdat hun kasten altijd zo netjes waren, heeft mijn ogen geopend. Je had gelijk. Ik heb de boel de boel gelaten en ben met de kinderen naar het bos gegaan. En een lol dat we hebben gehad! Want inderdaad, hun kinderjaren zijn snel voorbij, en poetswerk blijft tóch altijd komen, dus waarom zou ik het elke dag doen?”
Goed zo! Deze jonge moeder heeft haar streven naar perfectie aan de wilgen gehangen en daarmee heeft ze ruimte om van haar kinderen te geniéten. Aan al die anderen die zich blijven (over)belasten sluit ik van harte aan bij het advies van Bob Newhart: Stop it!
| < Vorige | Volgende > |
|---|

