SmallTalk |
|
|
| maandag, 02 juli 2007 13:27 |
|
"Ik haat smalltalk! Liever geen gesprek, dan een nep- gesprek’’. Mijn cliënt is boos. Boos op mensen die op borrels ‘oppervlakkige’ vragen stellen als ‘wat doe je voor een werk’, ‘hoe ken jij gastheer X’ en ‘vind jij het ook zo erg van Talpa?’. Met deze fase van contact leggen heeft mijn cliënt moeite, hij ziet het als een teken dat zijn gesprekspartner niet in hem geïnteresseerd is en enkel met hem praat om de tijd te doden. Waar mijn cliënt het over heeft is smalltalk: een conversatie beginnen of het gesprek op gang houden. Vaak gebruikt op een sociale gelegenheid waar mensen elkaar nog moeten leren kennen. Hoe gaan mensen in mijn omgeving om met deze vorm van communicatie? Als cognitief gedragstherapeut in opleiding observeer ik de verschillen in gedrag op de eerst volgende borrel waar hetzelfde van iedereen wordt verwacht; smalltalken.
Vriendin A voelt zich ongemakkelijk bij het maken van een praatje met onbekenden. Ze steekt dit niet onder stoelen of banken en het is duidelijk aan haar te zien dat ze worstelt. Ze bekent me het gevoel te hebben boven zichzelf uit te stijgen wanneer ze zichzelf hoort antwoorden op algemene vragen over werk, wonen en hobby’s. Liever tilt ze het gesprek naar een volgend level door haar gesprekspartner uit te dagen met onverwachts rare opmerkingen. ‘Ik ben klaar-over in de Efteling’. Ze kan dan meteen zien of de ander wel echt luistert, of afwezig ‘mmmhmh’ antwoordt. Aan kennis B is lastig te zien of hij zich ongemakkelijk voelt. Hij bestrijdt namelijk zijn ongemak door ’wat een oninteressant onderwerp!’ te roepen, en op meta-niveau het nut van smalltalk te bespreken. ’Wat heb jij er nou eigenlijk aan, als je weet wat ik gestudeerd heb? Is dat een toevoeging aan jouw avond?’. Ik zie zijn gesprekspartner schrikken en zich verontschuldigen om vervolgens met een ‘even naar de wc’ af te druipen. De kennis loopt met een voldaan ‘aan mij ligt het niet’ naar de bar. Om daar mogelijke gesprekspogingen naar een hoger niveau te tillen. Mijn cliënt vertelt mij op een gelegenheid als deze erg zijn best te doen de interesse van zijn gesprekspartner te wekken. Hij legt daarom direct zijn diepste, interessantste en ook meest emotionele thema’s op tafel. Wanneer de gesprekspartner overrompeld reageert, hij kent deze man immers net een paar minuten, bevestigt dat voor mijn cliënt de desinteresse van de ander. Hij blijft daarom in het vervolg liever thuis. Deze strategieën hebben gemeen dat ze voortkomen uit een onwil of ongemak om ‘small te talken’. Men vindt het vervelend, oppervlakkig en onnodig. De eerste twee zijn wellicht waar. Maar dit zal ook niet veranderen door je gesprekspartner binnen 10 minuten af te schrikken met bovenstaande sociale vaardigheden. De kunst is om van de eerste minuten te accepteren dat ze vervelend en oppervlakkig kunnen zijn. Pas daarna kun je ontdekken of het gesprek zich ontwikkelt tot een interessantere voortzetting. Achteraf blijkt dan dat de smalltalk niet onnodig was! Het was geen nepgesprek, maar een warming-up.
|



