Print
09
juli

Overbruggen

Geschreven door Parel op 09 juli 2011.

Relaties hebben een ragdun vlies. Als je denkt dat de relatie stevig is en wel een stootje kan verdragen, dan hoeft er maar iets te gebeuren of het vliesje breekt en wég relatie. In de praktijk zien we vrijwel dagelijks deze breuken. Gelukkig zijn ze wel te herstellen maar helaas niet altijd. Voor reparatie is slechts één sleutel(woord): goede communicatie. Communicatie vertoont dikwijls vreemde kuren en dat leidt dan tot misverstanden, conflicten, onbegrip, machtsstrijd, kortom: miscommunicatie. Bij een relatiebreuk, of dreiging daarvan, kiezen mensen een strategie om hun ongenoegen naar de ander duidelijk te maken. Verwijten, beschuldigen, eisen, mokken, huilen, stampvoeten of, de meest wrede: zwijgen.

Marcel Proust, de beroemde schrijver, wiens werk eigenlijk tot verplichte literatuur zou moeten behoren voor elke student Psychologie, vanwege zijn diep doorleefde en uiterst herkenbare beschouwingen over wat een mens beweegt, wat hij emotioneel ervaart, wat hem inspireert en wat hem diep droef maakt, gedragingen die menig psychoanalyticus klinisch probeert te vatten in theorieën, door Proust beschreven vanuit een innerlijk beléven, beschrijft in een van zijn boeken de reactie van een man die gebrouilleerd is met zijn maîtresse die hem kwelt met haar zwijgen. De man zoekt dan vanuit zijn wanhoop allerlei mogelijkheden die een verklaring zouden kunnen zijn voor haar zwijgen. Precies wat ieder ander in zo’n situatie ook zou doen:

“ Van al die mogelijkheden wist hij niets met zekerheid, zijn maîtresse bewaarde een stilzwijgen dat hem ten slotte zó radeloos maakte dat hij zich afvroeg of zij niet verstopt was in Doncieres of vertrokken. Er is wel gezegd dat er kracht schuilt in zwijgen, zwijgen is, in heel andere zin, een krachtig wapen in de handen van wie wordt bemind. Het vergroot de angstige spanning van wie wacht. Niets noodt zo tot toenadering als wat je ervan scheidt en welke hinderpaal is zó onoverkomelijk als zwijgen? Er is ook wel gezegd dat zwijgen een marteling is. Maar welk een marteling, groter dan er het zwijgen toe te moeten doen, om het te verduren van wie je liefhebt” (Marcel Proust in “De kant van Guermantes, deel 1”)

Dit martelende zwijgen leidt tot lijden, niet alleen in partnerrelaties, ook in vriendschapsrelaties. Wie kent nog de strofe in een lied van Het Goede Doel: “Eenmaal trek je de conclusie, vriendschap is een illusie” Wie heeft dat niet ooit aan den lijve ervaren? De reactie op een vijandig zwijgen is vaak, zoals Proust al schreef: een poging tot toenadering. Waar de een zwijgt, gaat de ander praten. Er zijn ook mensen die onmiddellijk afhaken, zij verdragen geen zwijgende ander. Misschien niet een zo’n slechte reactie. Het berust op de gedachte: Liever een korte hevige pijn dan een eindeloos lijden.

Communicatie als sleutelwoord voor gebrouilleerde partners, gebrouilleerde vrienden of gebrouilleerde familieleden kan conflicten overbruggen. Wanneer er géén communicatie mogelijk is omdat een der partijen blijft zwijgen, breken tenslotte de woorden af. Ze blijven steken in de keel en laten de ander stikken.

Er waren eens een man en een vrouw. Zij waren bevriend met elkaar. Beiden waren zij getrouwd. Op zeker moment liep het huwelijk van de vrouw op de klippen. Kort daarna beëindigde de man hun vriendschap. Zij vroeg waarom. Hij zweeg. Ze vroeg nogmaals, nogmaals en nogmaals en hij bleef zwijgen. Pas veel later, toen de situatie was geëscaleerd omdat de man met al die vragen geen raad wist en het uit handen gaf, begreep de vrouw dat er een derde in het spel gekomen was, de vrouw van de man. Een al-oude klassieker: de alleenstaande vrouw als bedreiging. De echtgenote voelde zich bedreigd door de vriendschap en gaf een hele andere draai aan de woorden van haar vermeende rivale. Er wás helemaal geen rivale, maar wat doet een mens die zich bedreigd voelt? Die maakt eigen invullingen en geeft een hele ándere lading aan die vriendschap. Een ooit gestuurd cadeautje heette daarom: “het kopen van vriendschap”, een vragen naar reden voor de verbroken vriendschap heette: “stalken” en zo kwamen vele woorden verdraaid en vertekend, voorzien van een vreemde lading tot de man, die, naar de echtgenote meende: niets in de gaten had. En daarom kwam de vrouw, zonder ooit zulke bedoelingen gehad te hebben, terecht in een maalstroom van instanties die er zich mee gingen bemoeien. Want de man zweeg, hij liet de instanties spreken. Het zwijgen werd á la Proust een marteling, het wapen deed zijn werk. Ondanks bemoeienis van instanties werd de kwestie tussen hen beiden nooit beslecht. De jaren verstreken. De man zweeg en de vrouw vroeg niets meer. Af en toe kwamen de man en de vrouw elkaar tegen. Dan liepen zij elkaar stil voorbij, als vreemden. Alsof er nooit een levensgrote kwestie was geweest. De vrouw zag wel dat hij haar herkende en zij vroeg zich af waarom hij nog altijd zo stug bleef zwijgen terwijl hij inmiddels wist dat er veel misinterpretatie was geweest waarin ook hij niet vrijuit ging. Zou er na al die jaren geen mogelijkheid zijn de kwestie te begraven, elkaar gewoon te groeten? De tijd was in jaren weggelekt en het eiste zijn tol. De man bleef nog altijd zwijgen.

Op een mooie zomeravond liep de vrouw met haar zoon over de brug. In de verte zag zij de man met zijn vrouw aankomen. Zij liepen in tegenovergestelde richting, de vrouw en haar zoon tegemoet, aan dezelfde kant van de brug. De vrouw herkende hem en zag opeens iets wonderlijks. Beiden liepen zij over de brug, in dit tempo lopend zouden zij elkaar op het midden van de brug passeren. Is dat geen mooie symboliek om elkaar in het midden van de brug te ontmoeten, ging het door haar heen? De rivier overbruggend, zouden zij niet ook de jaren kunnen overbruggen? De strijdbijl begraven? Rustig wandelde zij verder. Zij kwamen nader. Op het moment van passeren keek de vrouw aarzelend naar de man. Zou ze groeten? Zou hij groeten? Er stond spanning op het gezicht van de man. De man keek naar haar, maar ontmoette haar ogen niet, vervolgens ging zijn blik onderzoekend naar de zoon. Hij zweeg. De vrouw wilde groeten, maar de angst kneep haar keel dicht en liet de groet niet toe. Zwijgend liep zij verder…

Laatste andere artikelen van deze auteur

Co lumns

  • Ik kon niet slapen. Hebben ze me tóch weer geraakt. Ik dacht dat ik af was van dat nederige gevoel, van die vervelende puberale spanning voor, tijdens en vooral na alles wat er gebeurde. Ik hoopte zo dat ik de moed had om gewoon even een babbeltje met ze te maken, en om ze heel terloops nog even te vertellen…
    Lees meer...
  • Sinds 2006 is een stichting in het leven geroepen voor en door Pro Justitia Rapporteurs. Zij krijgen te weinig uitbetaald. Vinden ze. En ze leveren toch werk waarvan de inhoud, lees: advies, in 80% van de gevallen voetstoots door de rechter wordt overgenomen. Dus – vinden ze – is hun werk van groot belang want het kan grote gevolgen hebben…
    Lees meer...
  • Eigenlijk heeft het totaal geen nut wat ik allemaal doe. Elke dag vlieg ik van hort naar her en werk ik me rot om ‘mevrouw’ tevreden te stellen. Maar blij is ze nooit. Ik ben een slaaf geworden van dat autoritaire kutwijf. Voor mij duizend anderen als het haar even niet aanstaat. En toch. Zij is de enige voor mij.…
    Lees meer...

Tref woor den

Contact

Kenniscentrum Psychologie (KCP)
Voorstraat 437a
Dordrecht 3311 CT
contact@kenniscentrumpsychologie.nl
KvK-nr. 24409026/ BTW-nr. 81.75.63.623.B/
Rabobank 13.17.97.867