Monoloog der Liefde |
|
|
| zaterdag, 22 september 2007 23:57 |
|
Korte evaluatie. De laatste in een rij van vrienden zat gister snikkend bij me op de bank omdat ook haar relatie gestrand was. Na 4 lange jaren met ook veel goede momenten was ook hier de eindconclusie: jammer, maar leuk geprobeerd. Iedereen die ik ken is nu weer vrijgezel en net als ik al die tijd al was; alleen. De cirkel is rond, en daar waar ik ondanks de saaiheid van mijn eigen liefdesleven toch nog kon meegenieten van de snel kloppende harten van de mensen die ik het zo gun; nu is zelfs dat pleziertje mij ontnomen. De liefde is alles en niets tegelijk en die tegenstelling laat me maar niet met rust. We verlangen zoveel en tegelijkertijd weten we dat de kans groot is dat we op den duur alles weer met zoute tranen zullen moeten terugbetalen. Wie net als ik alle illusies op dit gebied is kwijtgeraakt, kent mijn dilemma. Je afsluiten voor liefde betekent dat je het nooit zal krijgen, je openstellen betekent het risico van pijn. Omdat je deze pijn en de heftigheid ervan zo goed kent, word je overmatig kritisch, achterdochtig en terughoudend als het gaat om “commitment”. Hoe meer je je echter afzet tegen dit idee, hoe groter je gevoel van fundamentele eenzaamheid.
Compenseren dus. Drank, drugs, vrienden, hobby’s en een drukke baan kunnen veel van de afwezigheid van liefde opvullen. Daarnaast is de illusie van autonomie erg handig. Je richt je op jezelf en verklaart jezelf onafhankelijk en daarmee onkwetsbaar.
Maar als dat waar zou zijn, als je echt niets of niemand nodig hebt, dan zou je dus ook zonder zuurstof moeten kunnen ademhalen. Dit is niet het geval, en dus geloof ik ook niet in dat hele onafhankelijkheidsprincipe, hoe graag ik dat ook zou willen. Ik heb in mijn verleden veel alleen gedaan, maar merkte dat, met hulp van anderen, het altijd een stuk makkelijker en prettiger was.
Iets verlangen betekent nog niet dat je er afhankelijk van bent. Om mezelf te verlossen van de zware druk van het in je eentje moeten presteren, moet ik erkennen dat ik behoefte heb aan liefde, hoe bang ik er ook voor ben dat die liefde ooit weer verdwijnt. Ik heb het nodig, net als zuurstof. Dit betekent echter niet dat ik het niet op kan brengen om af en toe een tijdje m’n adem in te houden.
Ik merk dat ik zoals velen behoorlijk geïndoctrineerd ben geraakt door het maatschappelijk aanvaarde idee dat je alles maar zo nodig in je eentje moet oplossen. Levenservaring en de verhalen van mensen waar ik van hou spelen daarnaast ook een demoraliserende rol m.b.t. de liefde. Het verlangen, echter, blijft ondanks mijn defensieve copingstijlen even sterk aanwezig. De melancholische component van de eenzame schrijver die aan de Waal zijn verzen schalt over de golven van weleer kan voor even erg leuk zijn, maar uiteindelijk merk ik dat er maar een mogelijkheid overblijft: Er is geen keuze. Het is beminnen of verliezen, omhelzen of kiezen voor geestelijke automutulatie. We kunnen hooguit keuzes uitstellen, waardoor we uiteindelijk niet kiezen en dus kiezen voor onze angst, en daarmee ook voor een sjacherijnige dood. De liefde proberen te controleren, nuanceren en bagatelliseren is hetzelfde als rondlopen met een half hart. Ben ik dan niet bang? Tuurlijk wel! Vreselijk bang zelfs, en veel banger dan toen ik me verschool achter mijn cynisme. Angst is nu eenmaal de misleidende boodschapper van de liefde. Als ik bang ben, dan wil ik iets kennelijk heel graag. Hoe banger ik ben, hoe groter mijn verlangen dus blijkbaar is.
Gijs
Meer informatie over mij: www.denkwatjewilt.nl
|



