Mannetjes zien
Wat zijn wij psychologen toch een sufferds.
Er woonde vroeger een oude vrouw, mevrouw Moss, bij ons in de straat. Toen haar man overleed verhuisde zij naar een benedenhuis enkele straten verderop. Ik was ongeveer 14 jaar.
Af en toe bezocht ik Mevrouw Moss. Het was een lieve vrouw, klein van stuk en zij speelde af en toe piano voor me, als ik dat aan haar vroeg. Om haar een plezier te doen, want in de loop van de tijd was haar pianospel erg achteruit gegaan. Ook had zij er geen bezwaar tegen dat ik een sigaret rookte als ik bij haar was. Eenzaamheid maakt vermoedelijk verdraagzaam tegenover de eigenaardigheden van gezelschap.
Mevrouw Moss had de laatste periode uitgegroeide, krullende haren die steeds minder vaak werden gewassen en geknipt. Ook rook het in haar huis niet echt fris meer.
Op een dag verraste zij me door te vertellen dat zij mannetjes zag lopen in het kozijn van het bovenraam, dat uitkeek op de Stadhouderskade. “Zie je dat”?, vroeg zij opgewonden, “daar zijn ze weer. Moet je zien, hoe raar ze lopen”. Ik keek aandachtig van haar naar het raamkozijn en weer terug. Het donkere benedenhuis waar zij woonde liet veel ruimte voor het zien van dingen. Het stond er vol met spullen en overal lag papier. Bladmuziek, oude schetsboeken van haar man, kranten en andere spullen.
Ik moet eerlijk bekennen dat ik niets zag, wat ik wel jammer vond gezien haar kennelijke opwinding en verbazing.
Ik miste echt iets belangwekkends.
Telkens als ik haar bezocht waren de mannetjes er. En van pianospelen kwam niets meer terecht. Zij werd te veel in beslag genomen door de rare capriolen van de mannetjes.
Mevrouw Moss is al een hele tijd dood, maar in mijn werk als psycholoog kom ik ze nog steeds tegen, de mannetjes. Mijn eerste fascinatie voor het vak is geboren bij Mevrouw Moss. En nog steeds heb ik het gevoel dat ik iets belangwekkends mis als het over mijn vak gaat.
Dagelijks hoor ik over de mannetjes. Bij patiënten met Lewy Body Dementie, de ziekte van Alzheimer, een delier en bij mensen met het syndroom van Bonnet.
Wat is er toch zo fascinerend aan dit vak? Dat het raadsel nog steeds een raadsel is. Toch moet je wel een sufferd zijn om je leven lang met dezelfde vragen bezig te blijven en nooit ook maar een glimp van begrip te krijgen.
Ceciel Dothée
| < Vorige | Volgende > |
|---|

