"Late Lente"
Ik bezocht hem een week geleden. Ik kwam de zaal binnen en zag hem ineengedoken in een hoekje zitten. Zoals altijd waren zijn ogen op een wanhopige manier naar binnen gekeerd. Je zag dat alles vrat aan die jongen.
Met een luchtig “hey, hoe ist!” en een sportieve schouderduw ging ik naast hem zitten, en gaf ik hem de bladen waar hij om had gevraagd. Hij glimlachte. Een ijzige stilte met af en toe een vage kreet uit een andere zaal kneep mij de keel dicht. Gelukkig begon hij te praten.
“Zoveel informatie. Zoveel gevoel. Zoveel beelden en zoveel betekenis. Mijn hart kan dit niet aan! Ik leef nu al bijna 30 jaar als een verslaafde van indrukken. Alles beleven, alles meemaken. Verveling is voor de verlamden. Wie lopen kan is verplicht om met alles en iedereen mee te rennen. Jij bent mijn vriend en ik weet dat je me begrijpt. Dat is fijn, ik ben blij dat je er bent. Hoe lukt het jou om jezelf niet te verliezen in die wirwar van drukte?”
Ik begreep wat hij bedoelde, maar wist geen antwoord.
“Ik kan dit met niemand delen, behalve met jou, dus vergeef me mijn emoties. Het is gewoon…”
Stilte. Radeloze stilte van beide kanten. Ik zag de tranen rollen en verdomd; daar waren de mijne. “We leren te snel, de evolutie kan ons niet bijhouden. We weten teveel van wat we niet snappen.” Wat een gek joch is het toch, dacht ik. In zijn meest emotionele buien komt hij altijd met de meest diepgaande filosofische beschouwingen op de proppen.
“Zie het als een gigantisch grote harde schijf met een veel te klein werkgeheugen. Doordat we continu met zo verschrikkelijk veel informatie worden overladen zijn we niet meer in staat om alles eens rustig op een rijtje te zetten. Alles moet tot in de puntjes gepland zijn en het liefst met een dodelijk doordachte efficiëntie. Allemaal volgens dat kut-Amerikaanse model. Echt, ik verheug me op een nieuwe 11 september. Zou één van de nieuwe goede doelen van de postcodeloterij moeten worden!"
Mijn ingetogen ‘nou, nou’ werd overschreeuwd door een nieuwe aanval van mijn verdwaalde vriend. “Keuzes, zo verschrikkelijk veel keuzes. En iedereen heeft een mening. Dagelijks hoor je waarom je dit of dat moet doen. Het grootste leed van de mens komt voort uit het feit dat we niet rustig en alleen op een kamertje kunnen zitten. Da’s niet van mij hoor; heeft Plato ooit gezegd. En toen had je nog nieteens televisie. Gelukkig zit ik hier nu. Het bevalt me. De mensen zijn gestoord, dat wel, maar niet zoveel gekker als buiten. En hier zijn ze gek omdat ze de waarheid niet kunnen verdrágen. De rest van de wereld durft de waarheid niet te zíen.”
Het was te logisch om hem te vragen wat die waarheid dan wel was, maar ik deed het toch. “De waarheid? De waarheid is dat we te simpel zijn, te dierlijk en te voorspelbaar om te kunnen spreken van evolutie of vooruitgang. Als ik al in God geloof, dan geloof ik dat God ons heeft gestraft met onze intelligentie. Als straf hebben we een paar miljoen manieren gekregen waarop we kunnen verdwalen. We zouden gewoon weer op 4 poten moeten gaan lopen, en ons helemaal suf moeten vreten, drinken en neuken. Hulde aan de bonobo’s, wat dat betreft. Evolutionair gezien zijn we nog veel en veel te dom om zoveel informatie op een goede manier te kunnen verwerken.”
“Laat u Gijs maar even rusten”, zegt een zuster tegen me. Ik schrik op, zie hoe laat het is en maak aanstalten om te vertrekken. Ik groet mijn vriend en beloof dat het met de column voor KCP wel goed komt. Vaste lezers krijgen zijn groeten.
(Fred Nietz, vriend van) Gijs.
{mos_fb_discuss:2}
| < Vorige | Volgende > |
|---|

