Kunst
“Opera leert ons veel over het dagelijkse leven” sprak ooit eens iemand die er zelf nooit iets van geleerd heeft.
Op het Binnenwegplein in Rotterdam staat een poppenkast. Op de bankjes ervoor zitten kinderen met hun moeders en vaders en hier en daar een volwassene zonder kinderen die met nog kinderlijk genoegen de voorstelling volgt. De kinderen leven intens mee en roepen: “Pas op!, achter je” als Katrijn met een deegroller ten tonele wordt gevoerd waarmee ze de nietsvermoedende Jan Klaassen te lijf wil gaan. Of: “Boeoeoeoeoehh” als de politieagent met een soortgelijk wapen verschijnt. Sommige kinderen kunnen niet blijven stil zitten en springen op als het spannend wordt. Met glinsterende oogjes en rode konen van opwinding gaan ze weer zitten als het gevaar voor Jan Klaassen geweken is.
Aan dit tafereel moest ik laatst denken toen ik in het Luxor Theater was waar een opera werd opgevoerd. Lucia di Lammermoor, van Donizetti. De zaal zat afgeladen vol en iedereen liet zich betoveren door de prachtige muziek en meer nog door het verhaal, zo zou later blijken.
Enrico, de broer van Lucia, Lord van Lammermoor, wiens macht en invloed tanende is, huwelijkt zijn zuster uit om de familie te redden van de ondergang. Hij schuwt daarbij geen middel en ontsteekt in woede wanneer hij verneemt dat Lucia haar hart heeft geschonken aan zijn aartsvijand, Edgardo, telg uit een vijandelijke familie. Met list en bedrog worden Edgardo en Lucia door Enrico uiteengedreven. De artiest speelt zijn rol zeer overtuigend, zijn woede spat van het toneel af, zijn bariton dondert de zaal in. Edgardo daarentegen straalt sympathie uit met zijn zachte tenor en zijn wat hulpeloze performance. Het verhaal eindigt in een drama. Lucia, die haar minnaar eeuwige trouw heeft gezworen, steekt in de huwelijksnacht de man aan wie zij werd verkwanseld neer, wordt waanzinnig en sterft. Edgardo, die het bedrog te laat ontdekt, wordt verteerd door verdriet. Hij wil haar een laatste maal zien voordat hij de hand aan zichzelf zal slaan. Nog voor hij zijn doel bereikt schiet Enrico hem echter neer. Hij sterft op de trappen van het kasteel.
Het doek valt. Het is muisstil in de zaal. Dan gaat het doek weer op en komen een voor een de artiesten op om het applaus in ontvangst te nemen. Eerst de zangers met de kleinere solopartijen. Dan verschijnt Enrico. Ofschoon hij een schitterende performance heeft neergezet krijgt hij een wat mager applaus. Hij blijft in zijn rol en kijkt wat hautain de zaal in, zijn donkere ogen lachen niet. Na hem komt eerst Edgardo op en daarna Lucia. Beiden krijgen een donderende ovatie. Het klappen houdt aan, de mensen gaan staan, ze applaudisseren voor de liefde, die over de dood heen gaat. De zanger die Enrico uiterst geloofwaardig heeft vertolkt, blijft, ook als de betovering verbroken is, de schurk. Hij wordt afgestraft met beduidend minder applaus. Er wordt nog net geen “boeoeoeoeoehh” geroepen, het publiek verschilt in niets van de kinderen voor de poppenkast. We waren allemaal in vervoering gebracht. De zanger spreidt zijn armen, haalt wat hulpeloos zijn schouders op alsof hij zeggen wil: “Sorry mensen, maar dit was mijn rol”
Deze avond was een Kunst-ervaring! Met een grote K. Hulde aan “Enrico” Ik klapte toch even wat harder voordat ik de zaal verliet en nadacht dat dit me iets heeft geleerd over het dagelijkse leven.
| < Vorige | Volgende > |
|---|

