“Iedereen is sterk genoeg om het leed van zijn vrienden te dragen”.
We kunnen lachen om onze domheden van vroeger, omdat we al zoveel veranderd zijn sinds die tijd. Maar als iemand onze oprechtheid op de man af ooit in twijfel trekt, dan zijn we diep gekrenkt. Nee, het was geen moreel falen, het was een vergissing. Misschien hadden we teveel medelijden met onszelf zonder oog voor de nood van de ander, maar alá, we hadden gewoon even niet opgelet. Het was nooit echt onze bedoeling om de ander kwaad te doen, toen we onze advocaat op oude vrienden loslieten. Want IK was immers slachtoffer? Als achteraf de zaak ánders lag dan ik dacht, moet IK dan sorry zeggen?
We wenden liever nog parate leugens aan, dan te moeten erkennen dat we moreel imperfect waren en hebben gefaald. En dus: waarom zouden we “sorry” zeggen? Waarom zouden we ons eigen gedrag onder het vergrootglas leggen?
Het was toch die ander, die, in nood, een beroep op ons deed wat mij niet zinde? Daarom hoef ik toch mijn antwoord daarop niet te verantwoorden? Ook al ging dat alle proporties te buiten? We hebben het met de mantel der eigenliefde bedekt. Met de nodige redenatie achteraf konden we toch wel objectief vaststellen dat de ander ook weer niet moet zeuren.
Soms hebben we er wel een tijdje mee in ons maag gezeten. Omdat we diep in ons binnenste intuïtief aanvoelden dat we moreel gefaald hebben ten opzichte van die ander, die we met véél grover geweld terugsloegen dan die ene mep die ons per ongeluk trof. Maar we zijn in staat het leed van de ander te verdragen. Ons eigen leed is moeilijker te dragen. Dat is niet onze eigen verantwoordelijkheid, daarom maakten we het tot aansprakelijkheid naar de ander. Veel gemakkelijker toch? Dan kunnen we tenminste weer rustig slapen.
Misschien waren we een keer getuige van geweld in de metro. We zagen het gebeuren toen we onszelf in de metro in veiligheid hadden gebracht. Het kostte ons moeite te geloven dat 'niemand wat deed'. Wij hebben ook niets gedaan, maar we vertelden wél op een feestje aan vrienden dat “de medemens” steeds onverschilliger wordt. Dat betreuren wij, want wij zijn zondermeer anders. Wij zijn goede mensen.Toen een vriendin in grote nood kwam omdat haar man ervandoor ging met een ander, toen haar vader stierf, haar hond werd doodgereden en zij ook haar baan verloor en door dat alles in een crisis raakte, toen leefden we met haar mee. We zeiden tegen onze partner: Nou, het is toch wat, zij heeft het ook niet getroffen.
Het was pech voor haar. Het had ons ook kunnen overkomen. Gelukkig overkwam het ons niet. En we voelden ons opgelucht. En we leefden met haar mee. Maar niet te lang, want zo’n alleenstaande vrouw wordt wel opeens een grote bedreiging voor ons eigen huwelijk. Dat vertoont veel barsten, dus moeten we ervoor waken dat het niet breekt. Haar leed is erg, maar het onze is belangrijker. Wég met dat mens! Eigen schuld als je in een crisis belandt, wat hebben wij daarmee te maken? Val ons niet lastig en doe je dat tóch, dan stellen we jou aansprakelijk voor het leed dat jij ons aandoet met jouw verdriet. Om erger voor onszelf te voorkomen duwen wij jou verder het moeras in zodat je álles verliest, zelfs je levenslust. Dat is niet ons morele falen, maar het jouwe.
Want wij staan aan de kant van het goede, zeker wanneer het onze vrienden betreft. Gelukkig is ieder mens sterk genoeg om het lijden van zijn vrienden te dragen.
We zijn behalve goed, ook erg sterk. Vooral als we de leugen aan onze kant hebben.
| < Vorige | Volgende > |
|---|

