Mooi, het is 2010. De nullerjaren van de 21e eeuw zijn voorbij. We leven nu in de ten-ties. We sluiten een jaar en een decennium af. Een flinke overgang waarbij zo’n beetje alle media stilstonden. In de antropologie gebruikt men de term ‘liminaliteit’. De term is afgeleid van limiet, grens. En wordt – niet toevallig – gebruikt om speciale aandacht te vragen voor ‘overgangen’. Want ieder einde is het begin van iets anders. Iedere cultuur kent rituelen rond liminale situaties. Mensen zetten spreuken op deuren, bij ontmoetingen en afscheid horen rituelen, bij dood en geboorte, volwassenheid en vruchtbaarheid horen rituelen.
Zoals de deur het einde van je huis is, is het ook het begin van de wijde wereld. Zo is een jaarwisseling ook een liminale situatie. De antropoloog in mij heeft de afgelopen dagen moeten vaststellen dat onze overgangssituaties vooral gepaard gaan met hoogtepunten. Wij zijn verzot op hoogtepunten. Wat gebeurde er de afgelopen tien jaar in de sport? Hoe was het politieke millennium? Feministen stonden stil bij wat er in de wereld voor de vrouw veranderde en natuurlijk waren er lijstjes van de beste boeken, films, bedrijven, aandelen, en toonaangevende cabaretiers van de afgelopen tien jaar. En al die hoogtepunten vonden hun natuurlijke tegenhanger in de schandalen in de sport, bedrijfsleven, financiële sector, criminaliteit etc. etc.
Naast de voorliefde voor het hoogte- en dieptepunt, blijken wij deze – in navolging van Amerika die deze gewoonte al langer kennen – te vieren met geschreeuw. Op televisie zag ik Paul de Leeuw, Linda de Mol, Guido Weijers, iedereen leek om het hardst te proberen om nog over alle schreeuwerige hoogtepunten heen te krijsen. Ik als laatste nuchtere der nuchtere Hollanders vond het wat al te uitbundig en zette de televisie uit. Mijn liminale ervaring werd daardoor verzorgd in de armen van Morpheus en de volgende ochtend was het voor mij vooral weekend. Gelukkig en rustig Nieuwjaar!