Femifaçisme |
|
|
| Geschreven door Gijs Jansen |
| maandag, 31 augustus 2009 22:21 |
|
"... dat je gewoon van die momenten hebt waarin je dubbelcheckt of je ballen er nog hangen. Dat je vergeten bent hoe (heerlijk) het is om een ontzettende ongevoelige kloodzak te zijn. De momenten dat je verplicht aan het strijken bent en niemand zich afvraagt wie de neuk je biertje dan vast moet houden. De momenten waarin vrouwlief het voetbal afzet omdat ze met je wil praten. Dat je ega vervolgens de Libelle onder je neus drukt met de 100 seksuele verlangens van vrouwen. De momenten waarin je die indirecte hints gaat snappen, in plaats van dat je totaal niet luistert naar de abracadabra die je wijf nu weer weet op te dissen. Die momenten waarin je jezelf 'partner' noemt in plaats van 'man'. Die momenten waarin dat verplichte veganistische kamelenvoer een long stay-afdeling aan het bouwen is in je darmen, en je ontdekt dat je werkelijk nergens meer schijt aan hebt. Beste Herman: Snap je eigenlijk wel wat ik bedoel?" Herman kijkt mij aan alsof hij net terugkomt van een gratis strandfeest. Hij kijkt alsof hij er eigenlijk niet is; alsof hij zichzelf eerst nog even moet ophalen van het station. Door Herman heb ik geleerd dat sommige vrouwen Hele Verschrikkelijke, Nare, Manipulatieve Controlfreaks zijn. Arme kerel. Iedereen kent hem. Nou ja; iedereen kent iemand zoals hij. Zo'n kerel die niet mooi en niet al te lelijk is, een aardige baan heeft, rustig is en bij alles redelijk blijft. Zo'n jongen die nooit teveel drinkt, in het bestuur zit bij de plaatselijke handbalvereniging, zijn kleren tot z'n 30e laat wassen door z'n moeder en in de zomer van die bruine leren slippers draagt. Zo'n hele lieve man die op een dag besluit dat zijn lief zijn leven is, en dat hij alles opzij wil zetten voor haar. Wat hij op dat moment niet weet, is dat zij een wraaklustige op macht beluste rigide frigide trut is van het eerste uur. Zo'n wijf dat boeken leest die druipen van het radioactief oestrogeen. Zo'n wijf dat een bezem in de kast heeft staan waar ze dan 's nachts op rond gaat vliegen. Zo'n wijf dat maar één ding wil: alles. En Herman is de lul. Ik probeer hem duidelijk te maken dat dit niet normaal is. Dat je als man ook dingen mag doen waar je vrouw niet helemaal 100% gelukkig mee is. Dat je als man je ruimte moet afbakenen en je die ruimte met Heel Veel Apengebrul moet verdedigen. Dat De Man Des Huizes ook De Lul Des Huizes moet zijn, en niet de Pussy. Herman kijkt me iets minder posttraumatisch aan en lijkt onderweg van het station naar mij, dus ik doe nog één poging. "Ben jij een kanarie? Nee? Waarom vreet je dan vogelvoer? Nooit eens zin in een bereklauw met een grote friet speciaal en een dik blik bier? At je dat vroeger altijd? En nu?" Nu heeft Herman een gezin, met een dictatoriale kenau aan het feministische roer. Een vrouw die carrière wil, maar niet meer dan 3 dagen per week. Een vrouw die vindt dat mannen en vrouwen gelijk zijn. Vrij vertaald betekent dit: jij doet alles waar ik geen zin in heb, en ik bepaal alles in huis. Weggaan, heel hard wegrennen en nooit meer terugkomen; Herman droomt er weleens van. Maar zijn 3 dochters houden hem tegen en beginnen ook al te bepalen wat hij wel en niet moet doen. De smaak van zwaar bier, het geluid van smerige sex en de geur van pas gemaaid voetbalgras: hij kan het zich niet meer echt herinneren. Herman is het kunstmatig in leven gehouden product van een eeuwenoude methode die vrouwen gebruiken om de macht te grijpen: Mannen laten denken dat ze iets te vertellen hebben. Herman begint te huilen en vertelt mij stotterend dat hij thuis niets te vertellen heeft. Ik sla mijn arm om hem heen, en doe wat alle mannen doen: Zwijgen, slikken, en doen alsof er niets aan de hand is.
-Gijs
|



