Print
31
aug

Eten of gegeten worden deel 2

Ik ben Jonathan en dit is mijn verhaal over hoe ik langzaam afgleed naar een dodelijk ondergewicht.

Ik ben altijd al teruggetrokken geweest, bang om mezelf te laten zien. Mijn babyvet was pas laat weg en ik raakte pas rond mijn 16e echt in de puberteit. Daarna ging het snel, eigenlijk te snel. Ik voelde me steeds meer uit verhouding raken wat mijn lichaam betreft. Het maakte me onzeker en ik zocht naar een houvast, een manier om controle te krijgen over mezelf en mijn leven. Ik had weinig contact met klasgenootjes en ik voelde me heel eenzaam. Rond die tijd zat er een meisje bij mij in de klas die in een korte tijd veel was afgevallen. Het viel me op hoe veel complimentjes ze kreeg en hoe zekerder ze werd van zichzelf. Ik zag hoe ze meer vriendinnen kreeg en uiteindelijk zelfs een vriendje. Het was niet echt een bewuste keus die ik maakte, maar ergens in die tijd heb ik besloten om een tijdje wat gezonder te gaan leven door op mijn eten te letten en meer te gaan sporten.

Het begon goed. Ik zag hoe mijn lichaam begon te veranderen en hoe ik wat meer spieren leek te krijgen. Achteraf was het gewoon het vet wat wegtrok, echt veel spieren heb ik nooit gekweekt. De verwachte complimentjes bleven echter uit en ik hield me voor dat ik nog maar even moest doorzetten. Ik voelde me steeds rotter en daardoor ging ik nog meer focussen op mijn eten. Als ik precies at wat ik met mezelf had afgesproken (liefst minder) en precies bewoog wat ik nodig vond (liefst meer), dan had ik aan het einde van de dag een goed gevoel. Ik probeerde op die manier te zorgen voor mijn eigen zekerheid en structuur, maar het begon steeds meer op een verslaving te lijken.

Mijn omgeving begon zich langzamerhand zorgen te maken. Mijn moeder had het zelf eerst niet door, eigenlijk vooral omdat ik allerlei technieken toepaste om het verborgen te houden. Later begon ze me te bevragen over mijn gewicht. Ik voelde ergens wel dat ik erg ver aan het gaan was, maar ik kon mijn maatje, mijn houvast niet opgeven. Het bezig zijn met eten en bewegen gaf me alles wat ik wilde en ik dacht dat het zou zorgen dat mijn problemen verdwenen, als ik het nog maar even volhield. Het werd uiteindelijk zelf een probleem. Hoe hopelozer ik me voelde, hoe meer ik mezelf er toe zette om nog meer te bewegen en nog minder te eten. Uiteindelijk leefde ik op 3 liter water per dag en een paar komkommers.

Mijn moeder trok aan de bel toen ik op een dag meteen omviel toen ik op wilde staan van de bank. De huisarts (die in eerdere afspraken nog wat laconiek deed over mijn gewicht) schrok zich rot van mijn bloedwaarden nadat ik bloed had laten prikken. Hij stuurde me meteen naar het ziekenhuis waar ik bijvoeding moest krijgen. Ik woog op dat moment nog maar 45 kilo terwijl ik 1.80 lang was. In het ziekenhuis verklaarden ze me bijna voor dood, ik zou met dit gewicht niets meer moeten kunnen. Ik ging in die tijd echter “gewoon” nog naar school, had een bijbaantje en sportte 3 keer in de week.

Ik werd dringend aangeraden om me te laten opnemen in een kliniek voor eetstoornissen. Toen kwam voor mij pas de echte shock, dat nooit! Ik beloofde iedereen dat ik weer normaal zou gaan eten en het op eigen kracht zou oplossen. Mijn ouders kregen aanwijzingen over hoe ze met me om moesten gaan want alleen dan mocht ik weer mee naar huis.

Er volgden weken van grote strijd met mezelf en mijn omgeving. Iedereen wilde dat ik dingen at die ik doodeng vond. Iedere keer als ik toegaf aan voor mij ‘verboden voedsel’ volgde een ongelooflijk schuldgevoel. Ik begon mezelf nog meer te haten. In mijn hoofd schreeuwde de hele tijd een stemmetje dat ik een vies dik vet varken zou worden die niemand nog zou willen zien. Ik deed dus vreselijk mijn best om er voor iedereen te zijn, bang om ze kwijt te raken zoals het stemmetje me voorhield. Ik zat helemaal klem. Toen het winter werd, kreeg ik steeds meer last van de kou. Ik trok 4 lagen kleren aan en als mijn ouders niet thuis waren zette ik stiekem de kachel op 23 graden. Daar voelde ik me dan weer vreselijk schuldig over waardoor ik weer allerlei klusjes ging doen om dat goed te maken.

Toen ik na 3 maanden nog steeds niets was aangekomen dwong mijn moeder me tot opname. Ik mocht niet meer naar school van haar en ze had ook, zonder mijn medeweten, mijn bijbaantje opgezegd. Met grote tegenzin gaf ik maar toe. Ik hield me voor dat ik vast snel wel weer een paar kilo er aan kon krijgen en dan weer naar huis kon. Ik schrok heel erg toen ik in de eerste week van mijn opname te horen kreeg dat ik uiteindelijk minstens 15 kilo aan moest komen!

In het begin vond ik het vreselijk op de afdeling voor eetstoornissen. Ik was de enige jongen en ik voelde me nog meer een buitenbeentje dan ik al was. Het eten was heel gestructureerd en vooral veel! Ik liet het allemaal maar gebeuren. Dit was wat mijn omgeving wilde en dacht dat het beste voor mij was, dus dat zou dan wel zo zijn. Ik wilde ze niet teleurstellen. In het begin van de opname kwam ik echter niet genoeg aan en moest met strenge regels en voorwaarden de eerste fase van de behandeling thuis afmaken. Die weken thuis waren vreselijk. Mijn hele dag draaide om eten en bewegen. Ik wist me geen raad met mezelf en eigenlijk niemand in mijn omgeving. Ik kon nergens goed terecht en had niks te doen. Het maakte me bewust hoezeer mijn eetstoornis mij had overgenomen. Ik wilde terug in behandeling, ditmaal voor mezelf.

Ik heb in totaal 7 maanden in de kliniek voor eetstoornissen gezeten. Ik kreeg meer en meer besef van mijn stoornis en hoe deze mij in mijn macht had. Ik begon er tegen te vechten en ik kwam langzamerhand aan. Ik heb vreselijk gehuild toen ik begon te begrijpen hoezeer ik mezelf pijn aan het doen was en hoe zeer ik controle wilde hebben en er letterlijk zo min mogelijk wilde zijn. Ik had het van te voren echt niet verwacht, maar hoe meer ik aankwam, hoe beter het voelde! Ik kreeg weer dingen terug, nieuwe zekerheden en nieuwe houvast. Ik wilde weer dingen doen en weer mijn leven oppakken. Hoewel ik er nog lang niet helemaal ben, heeft de opname me wel wakker geschud. Ik ben mezelf meer gaan leren kennen en ik durf mezelf al wat meer te accepteren zoals ik ben. 

{mos_fb_discuss:2}

 

Co lumns

  • Je mag als mens bijzonder zijn. Wil je een beetje meedoen in de vaart der volkeren, dan is het zelfs voorwaarde. Het is een bijzonder kind zeiden ze al van Dick Trom, en dan weet je dat het goed zit. Wie wil er immers lezen over een gewoon kind? Je moet er even niet aan denken. Gewoon is alleen een…
    Lees meer...
  • Het begrip persvrijheid wordt in geval van hotnews vaak erg letterlijk genomen. Zodra er iets aan de hand is stort heel schrijvend, sprekend, filmend en fotgraferend Nederland (lees: pers) zich erop als haviken op een prooi. Al het andere nieuws dringt al dan niet tijdelijk, naar de achtergrond en je kunt geen zender op radio of tv, geen krant meer…
    Lees meer...
  • Aan de overkant van de straat zie ik een ouder echtpaar zitten. Ze wonen boven hun bloemenzaak, bij mij in de straat. Iedere mooie avond benutten ze door gezeten op hun balkon, de straat gade te slaan. En elkaar.

    Tradities.
    Lees meer...

Tref woor den

behandeling

Contact

Kenniscentrum Psychologie (KCP)
Voorstraat 437a
Dordrecht 3311 CT
contact@kenniscentrumpsychologie.nl
KvK-nr. 24409026/ BTW-nr. 81.75.63.623.B/
Rabobank 13.17.97.867