De uitgesloten derde
In de wetenschap is de meest elegante van alle waarheidsmodi die van de uitgesloten derde. Het betekent zoveel als (A of B), + er is geen mogelijkheid tot C. De wiskunde heeft er zelfs een wet naar vernoemd (de wet van de uitgesloten derde) en in de natuurkunde wordt deze wet veel gebruikt. Het is alsof we de wereld in tweeën snijden in een oer-onderscheid, een ‘arche-trace’. Stelling A is waar of niet waar. De implicaties zijn dan weer onderwerp van verder onderzoek.
In de sociale wetenschappen is deze wet vrijwel nooit van toepassing. Filosofen menen in hun onbegrensde pretenties wel eens dat hun systeem linksom of rechtsom altijd waar is, maar die worden dan meestal teruggefloten. Freud teruggefloten door Karl Popper. Freud – de vader van de psychologie (of was het Nietzsche?) ontdekte het innerlijk en hij deelde het meteen maar op in Ich, Es en Uber ich. Alleen het ‘ich’ is echt kenbaar, de rest is slechts sporadisch toegankelijk in versprekingen, dromen of driften. Wanneer theoretici zeiden: Het Es bestaat niet, dan zei Freud: ja, wiedes, je kunt het ook niet kennen, maar dat wil niet zeggen dat het niet bestaat. En wanneer in een verspreking het Es zich toch eens wilde tonen, ja, dan was het bewezen. Dus waargenomen of niet waargenomen, alle waarnemingen bevestigen altijd dat er een Es is. Popper noemde dit een drogredenering want het klopt altijd. Volgens hem moest een theorie zich zo laten beschrijven, dat ze ook te falsificeren was.
Dus als ik zeg: Alles is groen. Dan neme men een kijkje naar buiten en ziet men daar een heldere blauwe hemel, dan is de theorie verworpen. Opnieuw beginnen. Als een theorie alles verklaart, verklaart ze eigenlijk ook niets. Een pseudo-psychologisch gedrocht als ‘The Secret’ is een voorbeeld van een dergelijke theorie.
In de psychologie is de wet van de uitgesloten derde vrijwel nooit van toepassing. Wanneer ik in mijn praktijk spreek met een narcist van het zuiverste water, dan wijzen de waarnemingen daarnaar, maar altijd moet ik er rekening mee houden dat het anders zit. Wellicht is er een andere duiding mogelijk. De psychologie is daarom vooral een tastend zoeken naar een betekenisvolle duiding, en minder (in strenge zin) een zoeken naar waarheid. De wereld van de psyche is te wonderlijk en te complex om eenvoudigweg te labellen en te pathologiseren. Dat moge epistemologisch een bezwaar zijn, menselijkerwijs mogen we blij zijn dat er geen definitieve waarheden zijn. De menselijke geest is hiermee een blijvend object van fascinatie. Wittgenstein zou hierdoor de psychologie verhuizen naar de categorie van de ‘onzin’. Maar we weten dat hij ook schreef dat het de onzin is die het leven de moeite waard maakt.
{mos_fb_discuss:2}
| < Vorige | Volgende > |
|---|

