De dood in het oog
Mevrouw wil echt niet meer. Heus, ze is op. Het lijkt een ieder zo pijnlijk duidelijk. Ondanks de doffe ellende glashelder. Wanneer je immers boven de negentig bent. Wanneer je alles wat je wilde gedaan hebt of aan je voorbij zag gaan. Wanneer je niet alleen oud maar ook dementerend geworden bent. Dan hoeft het allemaal niet meer. Dat begrijpt een ieder. De familie begrijpt het. De verzorging begrijpt het. De arts begrijpt het. De enige die het eigenlijk niet meer kan begrijpen, is mevrouw zelf.
Wanneer er bij een dementerende oudere een doodswens ter sprake komt is gepaste terughoudendheid een eerste vereiste. Feitelijk gaat dat beginsel bij iedere doodswens op. Wanneer iemand uitspreekt dood te willen betekend dit meestal niet dat hij of zij niet meer wenst te leven. Dat klink mogelijk vreemd, maar wanneer we ons realiseren hoe vaak we zelf de dood in de mond nemen relativeert dat levendig. Veelal is het de wens dat er een situatie of toestandsbeeld beëindigd wordt. De geuite doodswens vertelt daarbij dat de persoon in kwestie zelf niet weet hoe. Bij dementerenden is dat niet anders.
Mevrouw zelf had dit leven nooit zo gewild. Dat weten haar kinderen zeker. Ze had daar vroeger al een uitgesproken mening over. Toen ze ooit bij oud tante op bezoek waren was het haar volkomen duidelijk. Als ik ooit zo…, nou dan liever dood hoor. Je kunt maar beter onder de bus lopen had ze gezegd. En nu woont ze hier al jaren. Steeds slechter ging het. Ze herkent af en toe niemand meer. Ze weet nauwelijks waar ze is. Het is vreselijk om te zien. En nu ze niet eten wil, nu is het de kinderen wel duidelijk. Moeder wil dood.
Verpleeghuiszorg is vaak een kwestie van een reeks aan zorgvuldige afwegingen. Hierbij de consequenties in het oog houdende waar we ze feitelijk zelden kunnen overzien. Wat kan is zelden equivalent van wat goed is. Wat zou moeten kunnen we het best buiten beschouwing laten. Om tot een zorgvuldige afweging te komen is het van belang dat verschillende invalshoeken vertegenwoordigd zijn. Zo vertegenwoordigen we soms onhoudbare standpunten. Zo proberen we emotie van verantwoordelijkheid te scheiden. Zo geven we mogelijkheden aan waar we zelf van wakker liggen.
Mevrouw wil geen eten meer. Tenminste vanmorgen niet, gister niet en maandag wilde ze ook niks. Vraag het hem anders even, of haar, zij werkte toch van de week? Sondevoeding is een optie. De verzorging is verdeeld. Moeilijk is het. Toch is er wel enige consensus. Mevrouw is over de negentig. De familie is overtuigt dat mevrouw niet verder wil. En tja, nu mevrouw niet meer wil eten is het wel duidelijk toch? Natuurlijk hoort het ook een beetje bij de dementie. Vanaf een zeker stadium vergeten dementerenden veelal letterlijk te willen eten. Maar ach, mevrouw heeft toch een mooi leven gehad? Zo’n sonde is ook zo’n naar gezicht. Misschien moeten we mevrouw maar gewoon laten gaan. Dat is voor alle betrokkenen beter.
Mensen sterven aan al dan niet gemaakte keuzes. Vaak worden deze door anderen gemaakt. Voor moralisme hebben we dan weer derden. Het is veelal de luxe van gebrek aan persoonlijke ervaring die hen dat mogelijk maken. Het idee dat het voor ons allen geld zou een ieder tot bezinning moeten aanzetten. Het is immers nooit de vraag of, maar immer de vraag hoe. Helaas blijft het onderwerp van gesprek vaak bij de zo veilige ander. Anderen zoals deze mevrouw. Beschuldigingen zijn vaak makkelijk gemaakt. Zij die zonder sonde zijn werpen de eerste.
{mos_fb_discuss:2}
| < Vorige | Volgende > |
|---|

