Vijftigplussers via internet behandeld voor depressieve klachten
maandag, 26 oktober 2009 19:43
Het merendeel van de mensen met depressieve klachten loopt onbehandeld rond. Het huidige behandelaanbod is kennelijk ontoereikend. Wellicht kan internethulpverlening uitkomst bieden? Onderzoek naar de zelfhulpcursus 'Kleur je leven' toont veelbelovende resultaten: interventie via internet is even effectief als een bekende groepscursus. Dit terwijl de internetcursus door de helft van de deelnemers niet eens werd afgemaakt.
Depressie is een groot gezondheidsprobleem, ook bij vijftigplussers. Ruim zes procent van hen lijdt aan depressie (waarmee bedoeld wordt de stemmingsstoornis die diagnostisch voldoet aan de criteria volgens het DSM systeem, een echte ziekte dus), terwijl maar liefst 15 procent depressieve klachten ondervindt (de zogenoemde subklinische depressie). Deze mensen vertonen symptomen van depressie, maar niet zoveel dat de diagnose depressie gesteld kan worden. De effecten die depressieve klachten hebben op hun welbevinden en psychosociale functioneren blijken echter bijna hetzelfde als bij mensen met een depressie met overeenkomstige beperkingen.
Dit maakt de behandeling van depressieve klachten extra belangrijk naast het voorkomen dat een kleine depressie een grote wordt. Maar ondanks, of dankzij, het vele voorkomen van depressie wordt naar schatting minder dan vijftig procent van de mensen met een depressie adequaat behandeld. De helft van de mensen met een depressie loopt dus niet of onvoldoende behandeld rond, laat staan hoeveel mensen met net iets minder depressieve symptomen -maar een vergelijkbare lijdenslast- alleen blijven met hun problemen. Er zal dan ook een nieuwe aanpak ontwikkeld moeten worden met betrekking tot de behandeling van depressieve klachten en de preventie van depressie. Internet zou hierbij uitkomst kunnen bieden. Uit een meta-analyse van eerdere onderzoeken naar de effecten van interventies via internet bij angst en depressie was al gebleken dat de effecten behoorlijk uiteen konden lopen. Sommige interventies waren erg effectief, maar van andere interventies was geen effect aan te tonen. Het leek erop dat de hoeveelheid professionele ondersteuning die bij de interventies werd gegeven het verschil maakte tussen effectieve en minder effectieve interventies: interventies met meer ondersteuning waren effectiever.
'Kleur je leven' Het Trimbos instituut heeft een interventie (behandelmethode) voor internet ontwikkeld, genaamd 'Kleur je leven' (zie www.kleurjeleven.nl). Deze interventie is door ondergetekende in een gerandomiseerd, gecontroleerd onderzoek vergeleken met een bewezen effectieve groepscursus en een wachtlijstconditie (dat wil zeggen: geen behandeling). 'Kleur je Leven' is gebaseerd op de groepscursus 'In de put, uit de put'. Deze evidence-based effectieve groepscursus wordt al tien jaar lang door negentig procent van de GGZ-instellingen in Nederland aangeboden en kan daarom gezien worden als de gouden standaard om 'Kleur je Leven' mee te vergelijken. 'Kleur je Leven' is een zelfhulpcursus die je thuis via het internet kunt volgen. Aan de hand van cognitief gedragstherapeutische interventies leer je in acht modules om meer plezierige activiteiten te ondernemen, je beter te ontspannen, positiever te denken en je assertiever op te stellen naar andere mensen toe.
Internetcursus effectief In het onderzoek werden in totaal 301 mensen at random verdeeld over de drie groepen. Vlak voor aanvang van de behandeling en direct na de behandeling werden de depressieve symptomen gemeten met behulp van de Beck Depression Inventory. De verbetering in depressieve symptomen van de deelnemers aan de internetcursus werd vergeleken met die van de deelnemers aan de groepscursus en die van de deelnemers op de wachtlijst. In het onderzoek werd er geen ondersteuning door therapeuten aangeboden. Wat bleek? De internetcursus 'Kleur je Leven' was significant effectiever dan de wachtlijst conditie en even effectief als de groepscursus. Een opmerkelijk resultaat hierbij was dat de internet cursus door slechts de helft van de deelnemers werd afgemaakt, terwijl 95 procent van de deelnemers van de groepscursus de bijeenkomsten tot het einde volgde. Desondanks bleken beide cursussen even effectief. Blijkbaar heeft het niet afmaken van de internetcursus geen gevolgen voor de effectiviteit. Mogelijk hadden mensen die de internetcursus voortijdig beëindigden naar hun zin op dat moment al voldoende resultaat geboekt. Bij een zelfhulp interventie is het in zo'n geval natuurlijk gemakkelijker stoppen dan bij een groepscursus, waarbij mensen van je verwachten dat je blijft komen tot het einde van de cursus. Een jaar na aanvang van de behandeling werden de depressieve symptomen van de deelnemers opnieuw gemeten. De resultaten overtroffen onze verwachtingen: ook op dit meetmoment was de internetcursus significant effectiever dan de wachtlijst conditie en waren de internetcursus en groepscursus nog steeds even effectief.
Een op de vier klachtenvrij Hoewel we dus op twee verschillende momenten hebben gevonden dat de internetcursus en de groepscursus allebei significant effectiever waren dan geen behandeling, zeggen deze resultaten vooral iets over groepen mensen. De mensen binnen de groepen zijn natuurlijk in verschillende mate opgeknapt en om meer te kunnen zeggen over individuen hebben we voor de internetcursus onderzocht hoeveel mensen na een jaar zo goed als klachtenvrij genoemd konden worden. Dat was 62 procent. Het grootste deel van de resterende 38 procent heeft ook een vermindering van klachten doorgemaakt, maar is nog niet klachtenvrij te noemen. Enkele mensen hadden een jaar na aanvang van de cursus ernstiger klachten dan bij aanvang. Op basis van deze gegevens hebben we eveneens berekend hoeveel mensen de internetcursus zouden moeten volgen om één persoon volledig klachtenvrij te krijgen. Dit blijken er vier te zijn. Vooral beleidsmakers vinden dit soort getallen erg interessant.
Invloed persoonlijkheidskenmerken Hebben persoonlijkheidskenmerken invloed op de uitkomsten na behandeling? Er bleken verschillende dingen. Deelnemers die hoger scoorden op neurotiscisme (snel angstig zijn, zich veel zorgen maken, zich vaak gedeprimeerd voelen) lieten na de behandeling minder verbetering in depressieve symptomen zien. Op zich is dit natuurlijk geen heel verrassende uitkomst, gezien de overlap tussen het begrip neurotiscime en het begrip depressieve klachten. Een meer opmerkelijk resultaat was dat deelnemers met hogere scores op altruïsme (andere mensen aardig vinden en ze vertrouwen en zelf ook aardig en betrouwbaar zijn tegenover anderen) betere resultaten hadden na de groepscursus, maar níet na de internet interventie. Mogelijk voelen meer altruïstisch ingestelde mensen zich beter op hun gemak in een groep en profiteren ze meer van sociale steun dan anderen.
Conclusies Naar aanleiding van deze resultaten kunnen we de volgende conclusies trekken: de nieuw ontwikkelde internetinterventie voor 50-plussers met depressieve klachten is effectief -zelfs zonder professionele ondersteuning- en kan worden geïmplementeerd in de praktijk. Screening voor depressie via het internet is heel goed mogelijk en over het algemeen genomen lijken ook interventies via internet veelbelovend, vooral gezien de discrepantie tussen de prevalentie van psychische klachten en de huidige behandelcapaciteit. Dit betekent echter niet dat interventies via internet op termijn een vervanging kunnen vormen voor het huidige zorgaanbod. Internethulpverlening spreekt niet iedereen aan en is niet voor iedereen het juiste hulpaanbod. Anderzijds kunnen we met internetinterventies wel die mensen bereiken die binnen het huidige GGZ aanbod geen zorg zouden ontvangen: mensen die uit angst voor stigmatisering niet met hun klachten naar de hulpverlening gaan en mensen die vanwege de subklinische aard van hun klachten nog niet in aanmerking komen voor psychologische behandeling. Wat dat betreft is er met internethulpverlening dus nog een wereld te winnen.
Viola Spek werkzaam als onderzoekster bij de Universiteit van Tilburg
Literatuur: Beekman, A.T.F., Deeg, D.J.H., Van Tilburg, T., Smit, J.H., Hooijer, C., Van Tilburg, W. (1995). Major and minor depression in later life: a study of prevalence and risk factors. Journal of Affective Disorders 36, 65-75. Gotlib, I.H., Lewinsohn, P.M., Seeley, J.R. (1995). Symptoms versus a diagnosis of depression: differences in psychosocial functioning. Journal of Consulting and Clinical Psychology 63, 90-100. Spek, V., Cuijpers, P., Nyklícek, I., Riper, H., Keyzer, J., Pop, V. (2007a). Internet-based cognitive behaviour therapy for symptoms of depression and anxiety: A meta-analysis. Psychological Medicine 37, 319-328. Spek, V., Nyklícek, I., Smits, N., Cuijpers, P., Riper, H., Keyzer, J., Pop, V. (2007b). Internet-based cognitive behavioural therapy for sub-threshold depression in people over 50 years old: A randomized controlled clinical trial. Psychological Medicine 37, 1797-1806 Wagner, H.R., Burns, B.J., Broadhead, W.E., Yarnall, K.S.H., Sigmon, A., Gaynes, B.N. (2000). Minor depression in family practice: Functional morbidity, co-morbidity, service utilisation and outcomes. Psychological Medicine 30, 1377-1390.
Dit was een artikel over internethulpverlening bij vijftig plussers. Voor meer interessante artikelen kunt u een abonnement afsluiten bij Silhouet voor slechts 39 euro per jaar.