Psychologische en sociale oorzaken van depressie
Het psychologische deel van het biopsychosociale model heeft zich sinds de psychoanalytische theorieën van Sigmund Freud (1856-1939) sterk ontwikkeld. Vanuit de psychoanalyse, waarbij het heil werd verwacht van divansessies waarbij men de patiënt vrijwel ongelimiteerd over vroege ervaringen laat praten. Met het idee dat hij de opgelopen trauma’s onbewust zal overbrengen op de persoon van de therapeut. Dit fenomeen heet overdracht. Het op volwassen en gezonde manier doorwerken van de overdrachtsrelatie in de behandelkamer, zou louterend werken en de macht van de oude trauma’s doen verbleken. In de hedendaagse praktijk is de theorie nog steeds bruikbaar, maar leidt slechts zelden tot voldoende therapeutisch resultaat binnen een redelijke termijn. De belangrijkste nieuwe therapievormen werden achtereenvolgens gedragstherapie en cognitieve therapie, met daar weer afgeleide vormen van zoals cognitieve gedragstherapie (CGT) en interpersoonlijke psychotherapie (IPT). Recent en veelbelovend is een therapievorm, genoemd schematherapie, die het beste van de voorgaande theorieën en therapieën in zich verenigt. Voldoende redenen om er hier wat meer aandacht aan te schenken.
{mospagebreak heading=Inleiding&title=Schematheorie}
Schematheorie
De schematheorie gaat ervan uit dat mensen in hun ontwikkeling allerlei
patronen (schema’s) aanleren van denken en doen. Een simpel voorbeeld:
als iemand u ter begroeting tegemoet komt met uitgestoken hand is de
kans groot dat u ook uw hand uitsteekt en samen de handen schudt. U
denkt daar niet bij na, het is een automatische handeling. Ergens in de
loop van uw opvoeding heeft u geleerd dat dit gepast gedrag is bij een
ontmoeting. Als u onverwacht terecht zou komen in een primitieve
indianenstam, dan zou uw uitgestoken hand als een agressieve actie
kunnen worden uitgelegd met onaangename gevolgen. Voor ingewikkelder
aangeleerd gedrag geldt hetzelfde: in onze cultuur is het positief om
uw collega’s en buren met vertrouwen tegemoet te treden, terwijl u in
veel andere samenlevingen hardhandig leert dat u alleen op uw directe
familieleden (soms) kunt vertrouwen. Achterdocht is daar normaal en
gezond, mogelijk levensreddend, en wordt als een deugd gezien. Nog
ingewikkelder schema’s beslaan de combinatie van gedachten (cognities),
gevoelens (emoties) en daaruit voortvloeiend gedrag. Als iemand als
kind veel verdriet ervoer vanwege pesten, zou hij of zij daaruit de
gedachte (opvatting, cognitie) kunnen ontwikkelen dat er iets aan hem
of haar niet deugt; dat de anderen kennelijk een goede reden hebben
voor hun negatieve gedrag. Het slachtoffer gaat zich schamen voor zijn
veronderstelde tekortkomingen en ontwikkelt
een minderwaardigheidscomplex, faalangst, een depressie of iets van
dien aard. Tijdens de therapie wordt onderzocht welke schema’s een
negatieve invloed hebben op het gezonde functioneren. Dit worden
onaangepaste of disfunctionele schema’s genoemd. Zij zijn
disfunctioneel, omdat zij de persoon niet helpen, maar in de weg staan.
Vervolgens is het zaak om hiervoor in de plaats functionele, gezonde
schema’s te ontwikkelen. Een proces van herprogrammeren. Let wel,
zonder schema’s kunnen we niet. Het overgrote deel van ons dagelijkse
denken en doen is geautomatiseerd. Anders zouden we al onze tijd en
energie moeten besteden aan basale, steeds teugkomende dingen. Een
computer die niet geprogrammeerd is, werkt evenmin als een mens die
niet opgevoed is.
{mospagebreak title=Basisbehoeften}
Basisbehoeften
Ieder mens heeft vanaf zijn geboorte van alles nodig om goed te
gedijen. Sommige zaken zijn mooi meegenomen. Steenrijke ouders of een
wiegje in een veilig welvaartsland als Nederland; maar fundamentele
zaken zijn onmisbaar: de basisbehoeften. Tekorten op dit gebied leiden
tot schade voor de gezondheid op korte of lange termijn. Veel ouders
denken dat ze het helemaal goed doen als ze maar zorgen voor voldoende
eten en drinken, onderdak en andere materiële dingen- van een warme
winterjas tot een eigen spelcomputer. En kinderen die dit alles genoten
hebben, menen in de regel ook dat zij niets te klagen hebben. Maar het
ligt wat
ingewikkelder. Uit onderzoek is gebleken dat dit de basisbehoeften zijn waar het om gaat:
- Stevige binding met anderen (veiligheid, stabiliteit, voeding, acceptatie)
- Autonomie, competentie en eigen identiteit
- Vrijheid om behoeften en emoties te tonen
- Spontaniteit en speelplezier
- Realistische grenzen en zelfcontrole
{mospagebreak title=Schema}
Schema
Eerst de definitie: een schema is een algemeen organiserend principe om een levenservaring te kunnen begrijpen.
Nu de toelichting. Wat gebeurt er als een kind tekort komt op het
gebied van één van zijn basisbehoeften? Soms is dat gemakkelijk. Zonder
eten ga je dood of kom je in een pleeggezin omdat je ouders uit hun
ouderlijke macht zijn ontzet. Maar een kind dat onvoldoende liefde
krijgt, waardoor hij zich onvoldoende geaccepteerd voelt zoals hij is
en geremd wordt in zijn spontaniteit, hoe gaat dat? Mogelijk houden de
ouders wel van hun kind, maar kunnen ze dat niet tonen. Zij hebben dat
in hun jeugd nooit goed geleerd, of zijn teveel met zichzelf bezig, met
problemen of zorgen, met hun werk of hobby’s. Of al hun aandacht gaat
naar het chronisch zieke broertje. Hoe dan ook, een kind dat een
dergelijk tekort ervaart in iets dat het fundamenteel nodig heeft, gaat
altijd zoeken naar een verklaring. Een verklaring om te begrijpen wat
hem overkomt. Want het ergste dat ons mensen kan gebeuren, is dat wij
geen idee hebben van wat ons te wachten staat, ‘existentiële
onzekerheid’. Zoals onze voorouders liever goden bedachten voor bliksem
en ander onheil dan het te accepteren als iets volledig buiten hun
controle. Goden kun je in elk geval nog proberen gunstig te stemmen of
je actief aan onderwerpen. In onze moderne ogen voorbeelden van
disfunctioneel gedrag. Een mogelijke verklaring die het kind bedenkt,
kan zijn dat hij niet de moeite waard is om aardig gevonden te worden.
Deze primitieve gedachte of cognitie kan tot een uitgangspunt
worden, een principe van waaruit het als het ware zijn toekomstig
gedrag gaat organiseren. Het kind kan opstandig worden: ‘ik zal laten
zien hoe onaardig ik ben, ik zal mij als een kleine etterbak gedragen’.
Of: ‘ik zal laten zien dat ze het verkeerd hebben, ik zal een foutloos
kind zijn waarop nooit iets aan te merken valt’. Op deze manier
ontstaan schema’s die, wanneer ze niet ontkracht worden, steeds dieper
inslijten en in belangrijke mate de persoonlijkheid vormen van het kind
en de volwassene die hij zal worden. Inmiddels zijn er een aantal
regelmatig terugkerende schema’s gevonden. Deze hebben met elkaar
gemeen dat zij:
- een omlijnd, duurzaam thema of patroon vormen,
- zowel herinneringen bevatten als emoties, cognities, lichamelijke sensaties,
- zich ontwikkeld hebben tijdens de kindertijd of adolescentie, gebaseerd op vroege levenservaringen,
- zich voortzetten tijdens de verdere levensloop.
De schema’s ontstaan als reactie op de omgeving, wanneer op de een of andere wijze één of meer basisbehoeften te lang of te grondig genegeerd zijn. Aangeboren eigenschappen van het kind, zoals intelligentie en het emotionele temperament (het genetisch materiaal!) bepalen de aard van het schema dat gevormd wordt. In eerste instantie is het schema een noodzakelijk kwaad dat dient om erger- namelijk niet begrijpen wat er aan de hand is- te voorkomen. Het schema wordt disfunctioneel wanneer het blijft voortbestaan in latere levensfasen, wanneer het kind al lang niet meer gepest wordt of zou kunnen inzien dat het tekort aan vader of moeder ligt en niet aan hem.
{mospagebreak title=Schema herstellend of bevestigend}
Schema herstellend of bevestigend
Kinderen nemen de schema’s uit hun jeugd met zich mee. Ervaringen
die zij vervolgens opdoen, kunnen een schema bevestigen. Iemand die
perfectionisme heeft aangeleerd om een gevoel van onvolwaardigheid te
compenseren, zal mogelijk ieder mislukt examen interpreteren als een
bevestiging van zijn onvermogen. En daardoor zelf de ene na de andere
mislukking in de hand werken. Schemabevestigend, overeenkomstig met de
engelse uitdrukking: ‘self fullfilling prophecy’. Een ander persoon,
behept met de rotsvaste overtuiging dat er niets goeds aan hem is, dat
hij totaal onaantrekkelijk is, loopt tot zijn stomme verwondering in de
armen van een fantastische vrouw. Misschien zo’n middelbare school
vamp, die ziek is geworden van alle kwijlende aanbidders met hun
opgeklopte ego’s. Soms vinden zulke mensen elkaar en de liefdevolle
relatie werkt bij hem in elk geval schema herstellend. Het kan even
duren, schema’s zijn hardnekkig, maar op een zeker moment moet hij
haast wel gaan geloven dat hij toch niet zo’n verkeerd persoon is als
hij altijd had gedacht. In het echte leven zoeken mensen helaas-
onbewust- veelvuldig situaties waarin hun slechte schema’s bewaarheid
worden. Liever een onaantrekkelijke zekerheid dan het risico om na een
korte periode van hoop des te dieper in de afgrond te belanden.
{mospagebreak title=Drie methoden}
Drie methoden om met schema’s om te gaan (coping styles)
Hoe gaan mensen om met die erfenis uit hun jeugd, de onaangepaste
schema’s? Grofweg op drie manieren: overgave, vermijding, of
overcompensatie. Bijvoorbeeld het onterechte minderwaardigheidsgevoel.
Overgave betekent dat het slachtoffer zich niet verzet tegen het
schema. Hij of zij berust in het gevoel van minder waard zijn dan
anderen en stemt zijn gedrag daar op af. Plezierige bescheiden
collega’s, zichzelf wegcijferende vrienden, wie kent ze niet? Men neemt
hen niet erg serieus, maar we zijn blij met hun onopvallende en
dienende aanwezigheid. De vermijders zorgen ervoor dat ze niet in
situaties terecht komen waar hun minderwaardigheid een rol speelt. Ze
leven als kluizenaars, kiezen een solistisch beroep en houden hun
sociale contacten beperkt. Tenslotte het overcompenseren. Onzekere
mensen roepen het hardst en mensen die niet al te gunstig over zichzelf
denken verhullen dat dikwijls, voor zichzelf en voor anderen, door
juist hoog op te geven van hun kwaliteiten. Soms op het irritante af,
maar soms op een dermate bekwame wijze, dat ze zomaar lijsttrekker
kunnen worden van een politieke partij. Nogmaals, wie kent ze niet?
{mospagebreak title=Schema en psychische klachten}
Schema en psychische klachten
Schema’s ontstaan niet voor niets. Zelfs het meest onaangepaste
schema heeft ooit gediend om erger te voorkomen. Maar de prijs die wij
betalen, kan hoog zijn. Het niet leven volgens de eisen die uit een
schema voortvloeien, leidt tot stress die zich vaak laat voelen als
angst of depressie. Als het schema vraagt om een zelfopofferend gedrag
terwijl het gezonde, volwassen deel van de persoon zich steeds meer
verzet tegen dat wegcijferen, of wanneer het schema meer zelfopoffering
vraagt dan door de persoon op te brengen is; wanneer het disfunctionele
schema voorbijschiet in zijn doel om spanning weg te halen, nogmaals,
dan zijn angst en depressie vanzelfsprekende gevolgen.
Bij mensen die op deze gebieden klachten hebben, volstaat het niet om
een nette diagnose volgens DSM IV te stellen; de onderzoeker dient zich
ook te verdiepen in het patroon van schema’s die ten grondslag liggen
aan het gedrag van de persoon in kwestie. Ingrijpen op dit gebied kan
even belangrijk zijn als het voorschrijven van antidepressiva.
{mospagebreak title=Sociale aspecten}
Sociale aspecten
Met sociaal wordt gedoeld op alles wat zich
in de omgeving van een persoon afspeelt. De omstandigheden waarin hij
of zij verkeert. Met een mooi woord: de context. Sommige factoren
hebben een meer blijvend karakter: iemand is man of vrouw, iemand woont
in Nederland, in België of in Maleisië, iemand is de zoon of dochter
van de plaatselijke vishandelaar, iemand is getrouwd met een andere
vishandelaar, iemand heeft twee kinderen. Andere factoren zijn in
principe niet blijvend, maar kunnen wel te lang duren en daardoor
stress veroorzaken: een slechte huwelijksrelatie, gedwongen
werkeloosheid, gebrek aan financiële middelen. Tenslotte zijn er de
factoren met een acuut , incidenteel karakter: het overlijden van een
dierbare, een ernstig auto-ongeluk, niet slagen voor een examen.
Contextuele psychiatrie, een belangrijk onderdeel van wat vroeger de
sociale psychiatrie werd genoemd, richt zich op het buitengebeuren.
Externe factoren die onze psychische gezondheid ondermijnen. Alles wat
stress veroorzaakt, kan een depressie in de hand werken. Bij veel
vormen van depressie is duidelijk dat de stoornis vooral is ontstaan
(losgemaakt of geluxeerd) door voorvallen in het leven van de
betrokkene. In vaktaal wordt dat een reactieve depressie genoemd,
situationeel bepaald. In de jaren voor de DSM onderscheidde men de
exogene van de endogene depressie. Van de eerste soort kan men zich
meestal wel voorstellen dat de betrokken persoon vanuit zijn of haar
achtergrond of aanleg onder druk van die bepaalde gebeurtenissen is
bezweken en een depressie heeft ontwikkeld. Voor de endogene (van
binnenuit komende) depressie is kenmerkend dat de patiënt ontmoedigd
vertelt dat alles in zijn of haar leven goed gaat, dat er nergens
problemen zijn, integendeel, een lieve echtgenoot, gezonde kinderen
enzovoorts, alleen: ‘ik kan er niet van genieten’.
Ieder van ons heeft ervaring met zware omstandigheden en kan zich het
verband tussen negatieve gebeurtenissen en het ontstaan van depressie
voorstellen. De contextuele psychiatrie als onderzoeksgebied verheugt
zich in een steeds grotere belangstelling. Recent werd bijvoorbeeld
uitgezocht dat werkeloosheid op zichzelf niet zozeer de kans op
depressiviteit doet vergroten, maar dat het een heel groot verschil
maakt of iemand geïsoleerd werkeloos is; als enige in de straat, in
zijn of haar vakgebied, in de familie en dergelijke (zeer negatief), of
dat er sprake is van een grote fabriek die in zijn geheel wordt
opgedoekt. Dan zijn er collegaslachtoffers, gedeeld leed, mogelijkheden
tot massaal protest en uitzicht op collectieve hulpregelingen en als
dat allemaal niet baat, ontbreekt in elk geval de schuld, het gevoel
van persoonlijk falen. Dit soort onderzoek heeft gevolgen voor de
praktijk. Het onderbouwt bijvoorbeeld het belang van lotgenotengroepen
als onderdeel van een behandeling.
Paul Wisman, psychiater
Bron: Silhouet, focus op angst en depressie.
Voor meer interessante artikelen kunt u een abonnement afsluiten bij Silhouet voor slechts 25 euro per jaar.
| < Vorige | Volgende > |
|---|

