De wetenschappelijke zoektocht naar een zinvol leven |
|
|
| maandag, 22 februari 2010 21:31 |
|
Er bestaan over geluk een heleboel opvattingen, waarvan ik er twee in het bijzonder wil toelichten. De eerste opvatting gaat er vanuit dat we het meest gelukkig worden van prettige belevenissen. Dit “hedonisme” gaat er vanuit dat waar geluk gezocht moet worden in lichamelijk genot zoals eten, drinken, seks, en vermaak. Wie gelukkig wil worden kan vervelende zaken het best uit zijn leven weren en zich richten op leuke activiteiten. De andere opvatting wordt in de positieve psychologie wel “eudaimonia” genoemd (Compton, 2005). Deze gaat er van uit dat alleen een deugdzaam leven tot geluk kan leiden. We moeten ons beseffen wat onze waarden zijn en hoe we daar zo goed mogelijk naar kunnen leven. Dit kunnen godsdienstige waarden zijn, maar ook traditionele waarden die voortkomen uit de geschiedenis van een bepaald land of uit een bepaalde cultuur. Puur hedonisme heeft weinig aanhangers in het onderzoek naar geluk. Er wordt breed aangenomen dat meer plezierige momenten in ons leven op de lange termijn niet gelukkig maken. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat mensen gevoelig zijn voor de “hedonistische tredmolen” (Lyubormirsky, Sheldon, Schkade, 2005). Dit houdt in dat mensen al snel gewend raken aan een bepaalde mate van comfort en plezier. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat winnaars van een loterij al na twee jaar weer even gelukkig zijn als voor de tijd dat ze hun prijs kregen. Wie dus geluk uit zijn hedonistische levensstijl wil halen, zal steeds meer plezierige belevenissen nodig hebben om hetzelfde resultaat te bereiken. Hedonisme, zo wordt breed beweerd, is uiteindelijk dus een zeer lange doodlopende weg. Je kunt hem een heel eind volgen, maar uiteindelijk ontdek je dat het nergens toe leidt. Er zijn daarentegen wel enkele aanwijzingen dat we het nodig hebben om waarden te hebben in ons leven. We hebben er behoefte aan om te weten wat belangrijk voor ons is en wat zin aan ons leven geeft. Een vrij recente stroming die daar onderzoek naar doet is de “experimentele existentiële psychologie”( Greenberg, Koole, Pyszczynski, 2004). De wetenschappers die onder deze vlag opereren, proberen om empirisch onderzoek te doen naar zingeving. Een belangrijke bevinding binnen dat onderzoek is dat mensen hun waarden feller gaan verdedigen wanneer ze geconfronteerd worden met hun sterfelijkheid. Zo werden mensen in Duitsland gevraagd of ze een voorkeur hadden voor de Euro of voor de Duitse Mark (Jonas, Fritsche, Greenberg, 2005). Het bleek dat hun voorkeur sterk samenhing met de plek waar ze geïnterviewd werden. Als ze voor een kerkhof werden geïnterviewd, was hun voorkeur voor de Duitse Mark groter dan wanneer ze in een winkelcentrum dezelfde vragen kregen. Als ze geconfronteerd werden met hun eigen sterfelijkheid, gingen ze namelijk meer waarde hechten aan hun land. Het was voor hen op dat moment extra belangrijk om te onderstrepen dat hun land superieur was aan andere landen in Europa. Een deel van hun identiteit haalden ze dus uit het feit dat ze een inwoner van Duitsland waren. Op dit en dergelijk onderzoek werd de Terror Management Theory gebaseerd (Pyszczynski et. al., 2004). Deze theorie stelt dat mensen in contact met de dood een existentiële angst krijgen. Ze maken zich zorgen dat het leven geen zin heeft, aangezien we aan het eind van de rit allemaal dood gaan. Om zich tegen deze angst te beschermen, beroepen mensen zich op bepaalde waarden die het leven zin geven. Ze zullen meer overtuigd zijn van de juistheid van deze waarden en hun gedrag zal ook meer in overeenstemming zijn met deze waarden. Een gelovige zal zich dus sterker tegen euthanasie uitspreken en er ook beter op letten dat hij op zondag vrij neemt. Deze vorm van zingeving zorgt ervoor dat mensen meer zelfvertrouwen krijgen en dat ze minder last hebben van de angstige gevoelens die de dood met zich meebrengt. Wanneer we er dus vanuit gaan dat het naleven van bepaalde waarden ons helpt om gelukkiger te worden, is er nog één groot probleem. Welke waarden dan? De afgelopen jaren hebben talloze filosofen zich de tanden stukgebeten op dit onderwerp. Doordat er steeds minder mensen naar de kerk gaan en doordat de wereld steeds mondialer wordt, vervallen normen en waarden die voorheen als vanzelfsprekend werden gezien. Hoewel men het er over eens is dat een leven zonder waarden geen leven is, komt men er maar niet uit welke waarden dan wel nageleefd moeten worden. De Nederlandse filosofen Andreas Kinneging (2005) en Ad Verbrugge (2004) wilden bijvoorbeeld weer terug naar de waarden van vroeger. Het probleem is echter dat deze waarden nogal arbitrair zijn. Alleen omdat iets uit het verleden komt, maakt nog niet dat ze ook waar zijn. Peterson en Seligman (2004) hebben hier een eenvoudige, maar wat mij betreft overtuigende aanpak voor gevonden. Ze hebben bekeken welke waarden in elke cultuur nageleefd worden. Om dit te weten te komen, hebben ze alle werken onder handen genomen waarin een systeem van normen en waarden geformuleerd werd. Hierbij bestudeerden ze werken uit religieuze hoek, uit de psychologie, de filosofie en de populaire cultuur. Daaruit bleek dat er zes waarden zijn die in elke cultuur gewaardeerd worden:
Mensen die schrijven over de normen en waarden die voor hun belangrijk zijn, komen dus steeds weer uit op dezelfde ideeën. Dit is natuurlijk een sterk argument voor de juistheid van die waarden. Bovendien is de “face value” erg hoog. Er zullen maar weinig mensen zijn die zullen zeggen dat het leven naar deze waarden belachelijk of zelfs slecht is. Bovenstaande waarden kunnen een nuttige leidraad zijn in ons leven, maar ze zijn nog wel erg abstract. Peterson en Seligman hebben daarom ook de karaktereigenschappen gedefinieerd die bij deze waarden passen. Bij Moed horen bijvoorbeeld de karaktereigenschappen: doorzettingsvermogen, vitaliteit en integriteit. Deze karaktereigenschappen zijn vervolgens onderzocht. Er wordt bekeken in hoeverre ze ontwikkeld kunnen worden en wat de beste interventie is om de ontwikkeling te bevorderen. Tot slot is er een test waarmee gekeken kan worden welke karaktereigenschappen goed ontwikkeld zijn en welke voor verbetering vatbaar zijn. Hier kun je de test zelf maken. Wie gelukkig wil worden, doet er goed aan om niet alleen een plezierig, maar ook een zinvol leven te leiden. Het systeem van Peterson en Seligman is de eerste wetenschappelijk aanzet om tot waarden te komen die de moeite van het naleven waar zijn. Daardoor kan het ook als leidraad dienen voor loopbaanadviseurs, coaches en andere professionals die met persoonlijk groei bezig zijn. Het laatste woord over deze materie is uiteraard nog niet gezegd, maar het is prettig dat ook de wetenschap hierover eens een duit in het zakje doet. Robert C. Haringsma. Robert is psycholoog bij TOMEE en doet onderzoek naar zelfvertrouwen aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij schrijft tevens over positief psychologische onderwerpen op www.ivpp.nl . Om op de hoogte te blijven kun je hem volgen via Twitter.
|




Wat moet ik doen met mijn leven? Het is een vraag die veel mensen tegenwoordig voor raadsels stelt. De vertrouwde kaders, zoals geloof, politieke kleur en nationale identiteit, brokkelen steeds verder af. Tegelijkertijd komen door de opkomst van internet steeds meer keuzes binnen handbereik. We willen leuke dingen doen, rijk worden, gelukkig zijn, maar het is voor veel van ons ook belangrijk om iets zinvols te doen. De betrokkenheid bij Haïti, de opkomst van de dierenpartij en de bezorgdheid over het milieu herinneren ons daar aan. De positieve psychologie doet onderzoek naar geluk en welbevinden en heeft de afgelopen jaren een aantal interessante bevindingen gedaan over zinvol en gelukkig leven.