De (onzichtbare) gorilla's in ons midden – waarneming en intuïtie nader bekeken
Wie weet hoe een rits werkt? Iedereen
toch? Maar stel nu dat je iemand moet uitleggen hoe het lipje dat we
op en neer halen ervoor zorgt dat de tandjes door een sluitplaatje
links en rechts in elkaar haken. Ik durf te wedden dat de meeste
mensen dan met een mond vol tanden staan. En dan heb ik het alleen
maar over een rits, niet over een computer, een deeltjesversneller of
de menselijke geest.
Dit is een voorbeeld dat de psychologen Christopher Chabris en Daniel Simons een kennisillusie noemen. Zij beschrijven het in het onlangs verschenen en vertaalde boek 'De Onzichtbare Gorilla – Selectieve Waarneming en Valse Intuïtie'. Het werpt een vermakelijk (en onthutsend) licht op hoe we in het alledaagse leven uitgaan van waarnemingen, veronderstellingen, overtuigingen en intuïties die bij nader inzien zo vals blijken als maar kan. Tot overmaat van ramp hebben we het niet eens in de gaten!
In het boek passeren zes alledaagse illusies. Het gaat om illusies van aandacht, herinnering, zelfvertrouwen, kennis, oorzakelijkheid en potentieel. Chabris en Simons zijn vooral bekend geworden door een experiment naar selectieve aandacht onder de naam 'The Invisible Gorilla'.
Laten we daarom eerst maar naar de video kijken en de instructies volgen.
Heb je de passes geteld? Waren het er 14 of 15?
Het maakt niets uit.
De vraag is namelijk of je de
gorilla gezien hebt.
Indien niet, dan ben je in goed gezelschap:
ongeveer de helft van de proefpersonen heeft deze over het hoofd
gezien. Als je de gorilla de eerste keer niet zag, zul je jezelf na
de tweede keer kijken afvragen hoe het toch mogelijk is dat je hem
niet zag. Als je hem wel zag, rijst vanzelf de vraag hoe het mogelijk
is dat iemand anders die over het hoofd zag.
Er bestaat een naam voor dit
verschijnsel: onaandachtigheidsblindheid (inattentional blindness).
We ervaren veel minder van onze visuele wereld dan we denken. Kijken
blijkt niet hetzelfde te zijn als zien en we zijn vaak blind voor
dingen die we niet verwachten. Chabris en Simons illustreren dit met
tal van praktische voorbeelden.
Om maar eens iets te noemen:
onderzoek naar auto-ongevallen met fietsers of voetgangers bracht aan
het licht dat lopen en fietsen het minst gevaarlijk zijn in steden
met de meeste voetgangers en fietsers en het gevaarlijkst waar zij
zeldzaam zijn. De reden? In steden met veel fietsers en voetgangers
zijn automobilisten gewend aan hun aanwezigheid en er alert op.
Een ander hardnekkige mythe is dat handsfree bellen in de auto minder gevaarlijk is dan met het mobieltje in de hand. Het probleem zit echter niet de fysieke (on)mogelijkheid om te sturen en een mobieltje vast te houden. Belangrijker is de verdeling van de aandacht gekoppeld aan sociale verwachtingen. Daarom kunnen we wel sturen en een gesprek voeren met een passagier naast ons, maar is dit een stuk lastiger per mobiel. Wie praat met iemand naast zich heeft i.h.a. minder moeite deze te verstaan. Bovendien brengt deze een extra paar ogen in en weet in wat voor situatie de bestuurder zich bevindt. Dus als je even zwijgt omdat het verkeer de aandacht opeist, zal de passagier dat begrijpen. Dat gaat niet op voor de mobiele beller aan de andere kant van de lijn. De sociale druk om het gesprek aan de gang te houden vormt dan het grootste probleem.
Een ander interessant fenomeen is de veranderingsblindheid. Ook hier eerst een voorbeeld.
Chabris en Simons noemen het een 'herinneringsillusie', maar ik ben geneigd het onder de noemer 'aandachtsillusie' te plaatsen.
Échte herinneringsillusies zijn bijvoorbeeld herinneringen van anderen die we na verloop van tijd beschouwen als eigen herinneringen. Het gevaar van (onbewust) plagiaat ligt dan op de loer, zoals George Harrison overkwam met zijn hit 'My Sweet Lord'. Dit nummer vertoonde grote overeenkomst met een oude hit van The Chiffons 'He's so fine'. Harrison had het nummer gehoord en jaren later frasen uit dat nummer gebruikt in de veronderstelling dat het zijn eigen vondst was. Een typisch geval van herinneringsvervalsing.
Het voert te ver om aandacht te besteden aan alle illusies die de schrijvers noemen. Interessant om te noemen in dit bestek zijn de potentieelillusie en de kennisillusie. Van dat laatste getuigt de eerder genoemde onwetendheid over de werking van een ritssluiting. Statistiek is een ander goed voorbeeld van de kennisillusie, maar de aandelenmarkt levert ook boeiende stof tot bespiegelingen. Het boek geeft een beschrijving van de hypotheekcrisis die zich in 2008 begon af te tekenen en het ontstaan van financiële zeepbellen. Het blijkt dat de producten die op de financiële markt verschenen dusdanig ondoorzichtelijk waren, dat eigenlijk niemand nog wist wat ze kochten of verkochten!
Ook introduceren de auteurs twee nieuwe termen. De 'neurobabbel' en 'breinporno'. Het eerste zijn de plaatjes van hersenscans om quasi diepzinnige (onzin)artikelen overtuigend te maken en het tweede zijn de 'kleurrijke plaatjes van vlekken die activiteit aanduiden op hersenscans en die mensen kunnen verleiden tot de gedachte dat ze meer over de hersenen hebben geleerd dan werkelijk het geval is'.
De potentieelillusie komt vaak voor in managementboeken. Daarin neemt men één succesvolle handelswijze als uitgangspunt voor een succesrecept, zonder na te gaan of de betreffende strategie misschien een toevalstreffer was. Wie weet hebben wel heel veel mensen dezelfde strategie gevolgd, maar is het niets geworden en berust het succes op geluk en toeval. Vermakelijk is het Mozart-effect. Dit is de hardnekkige mythe dat baby's die blootgesteld zijn aan muziek van Mozart intelligenter, geconcentreerder en succesvoller zijn in hun latere leven. Vooral het beluisteren van de sonate voor twee piano's in D-groot (kv 381) zou wonderen verrichten. Platenmaatschappijen doken als roofvogels op dit gat in de markt na publicatie van de onderzoeksgegevens (uiteraard met de nodige tabellen en grafieken) in het tijdschrift 'Nature' in 1993.
Deze illusie staat weer in verband met een andere illusie; namelijk dat wij maar tien procent van onze hersencapaciteit zouden benutten en er dus nog een enorm potentieel ligt te wachten op ontginning. Later bleek dit allemaal lariekoek, maar de mythe is blijven bestaan.
Wie alle voorbeelden van Chabris en Simons achter elkaar zet en vergelijkt, zal zien dat ze één gemeenschappelijk kenmerk hebben. Dat vinden we samengevat in het motto dat zij
ontlenen aan Benjamin Franklin: 'Drie dingen zijn onverwoestbaar: staal, diamant en een gebrek aan zelfkennis'.
Zij besluiten met twee boodschappen. De eerste: 'wantrouw je intuïtie, vooral intuïtieve ideeën over hoe je eigen denken werkt'. Zoals in het boek beschreven, mankeert er nogal wat aan de manier waarop ons brein problemen oplost. Daarbij helpt het niet dat onze geestelijke systemen voor snelle cognitie niet zijn ontworpen voor de complexe situaties waar onze moderne cultuur en technologie ze mee confronteert. Vandaar dat de tweede luidt: 'Je kunt betere beslissingen nemen en misschien zelfs een beter leven leiden als je je inspant om te zoeken naar de onzichtbare gorilla's in de wereld die je omringt'.
De markt van boeken over de psychologie van het bewustzijn en zelfkennis lijkt 'booming', maar levert in het algemeen vooral meer van hetzelfde. Om nog maar te zwijgen over de niet aflatende stroom tegeltjeswijsheden in de zelfhulp- en managementliteratuur. Meestal veel pretenties, gekoppeld aan goedkope oplossingen en weinig onderbouwing of diepgang. Chabris en Simons zijn een welkome uitzondering. Hun boek is juist opmerkelijk onpretentieus zonder dat dit ten koste gaat van diepgang. Bovendien is het vermakelijk, hoogst interessant en leest het ook nog eens vlot weg.
Kortom: een must voor iedereen die meer wil weten over de onvolkomenheden van het menselijk denken en (vooral) handelen.
Literatuur:
Christopher Chabris en Daniel Simons
De Onzichtbare Gorilla – selectieve waarneming en valse intuïtie
vertaling 2011 / Uitgeverij De Arbeiderspers – Amsterdam
Zie ook: http://www.theinvisiblegorilla.com/
© Willem Visser (2012)
http://www.txtpro.nl/
| Volgende > |
|---|

